Posted on
februari 28, 2013 by
admin
Door Floris Waardenburg
Tsjjaaaa… Waar te beginnen? Daar heb je dan een hele tijd naar toegeleefd! En dan die dag. Vrijdag de 8ste van februari, KL575 via Panama City naar Managua, Nicaragua. De spanning van top tot teen te voelen en het vliegtuig wacht echt niet op je. Laten we dan toch maar gaan. Of ik er tegenop zag? Jazeker, het vloog me naar de strot. Allemaal mooie verhalen vertellen aan iedereen, waar ik naartoe zou gaan en wat ik zou gaan doen om mijn steentje bij te dragen aan het welzijn van mens en wereld. Als ik er nu op terug kijk was dat vooral de zenuwen wegpraten want diep in dat kleine hartje van mij, heel diep, zat iets wat mij nachten wakker heeft gehouden. De spanning om alleen, 9000km van alles en iedereen die je lief hebt weg te gaan.
Op naar een half jaar waarbij je voor jezelf moet zorgen, Spaans de voertaal is, jezelf de wegwijs moet maken en nooit is kan terugvallen op familie en vrienden waardoor je ademhaling instant daalt.
Enfin, het vliegen niet veel bijzonders. 15 uur later op het vliegveld in Managua. Mijn backpack en daypack gelukkig op de rug en de buik, zoekend naar een kerel die Gilberto heet. Weleens een foto gezien, maar na 15 uur lijken ze allemaal verdacht veel op elkaar. Er stond niemand met een boord ‘Flores Vaerdenvurg, Fundación DIA’, dus ging ik maar rondjes lopen op zoek naar een bekend gezicht. “Taxi? No gracias”, “Taxi? No quiero”. Geen bekend gezicht te zien. Dan maar roepen “Gilberto, Gilberto”, geen reactie. Toen ben ik op zoek gegaan naar een telefoon. Al zoekend kwam er een kerel langs aan wie ik vroeg of ik zijn telefoon mocht gebruiken. Eerst afwijzend kijkend, waarna ik zei dat wanneer ik Gilberto niet te spreken kreeg, hij mijn taxichauffeur was. De telefoon ging over, “Hola Gilberto, me llamo Floris”. De rest is geschiedenis, het Spaans is redelijk kort af, ik kon er niks uit opmaken behalve “Carlos”. Opgehangen en toen al “Carlos” roepend, peuken gekocht, kwam er een kerel op mij afgelopen. Het was Carlos.
Met Carlos y Carlos, twee technici van het klimaatbos, in de auto naar León viel mij meteen op dat de muziek hier behoorlijk up-to-date is. Will.i.am. kwam voorbij, Afrojack en toch zeker ook Michael Jackson. Je praat over van alles, zo ook over onze hond. Ik vertelde hen dat hij ‘Kippie’ heet, in het Spaans ‘Pollo’, dit vonden zij fantastisch. Ze vroegen mij of ik trek had in een pilsje. Natuurlijk! En halverwege de trip naar León sloegen we bij een klein dorp af. Een dorp zonder verharde wegen met mensen en zwerfhonden langs de weg. Al zigzaggend over heuvels en door kuilen kwamen we bij een huis aan. Op de patio zaten 8 mensen. Eén daarvan was Gilberto, die zijn troepen op pad had gestuurd om mij op te halen, zodat hijzelf bij zijn broer thuis bier met ijs en ‘Flor de Caña’ (rum) kon drinken. De hekken open, links kijkend, waar kinderen op de playstation 2 DragonBallZ aan het spelen waren, met open armen ontvangen. Direct een rum cola in de handen, lekker Spaans praten en vooral veel lachen. Vooral veel lachen, want het Spaans verstaan dat kon ik niet. We spraken over muziek en jahoor ik zat binnen op de bank, met de broer van Gilberto te kijken naar een gekopieerde DVD van ‘The Best of the 70’s’. Simon&Garfunkel, Kansas en The Eagles passeerden de revue, hij zong in het Spengels (Spaans-Engels) mee en natuurlijk weer veel lachen. Even later vertelde Dos Carlossos in vrij snel Spaans over onze hond. Het enige wat ik verstond was pero, Kippie en pollo. Wat volgde was hard gelach. Blijkbaar is het hier ook apart dat je je hond een kip noemt. Entonces (kortom), als je de cultuur wilt voelen dan is zo’n avond een aardige binnenkomer.
Daarna op naar León en rond een uur of twaalf ingecheckt in Hostel Chilli Inn. Er was een salsa avond maar mijn heupen zaten redelijk vast van de reis, ik was toen al 23 uur wakker. Ik heb twee slokken van mijn rum-cola genomen en met de oordoppen in knock-out gegaan. De volgende morgen met een ‘Free coffee for guests’ de dag gestart, met een Italiaan bij het zwembad wat gitaar zitten spelen en toen mijn kamer in de Chilli Garden betrokken. Heel relaxed, om de hoek van het grote hostel, waar ik direct in contact raakte met een aantal mensen. De mensen die in het hostel werken, verblijven hier ook en dat is wel lekker want dan heb je wat meer vastigheid.
Zaterdag door de stad León gelopen en meteen de cultuur gezien. Het is hier totaal anders, een andere wereld, mensen hebben statistisch gezien weinig maar bezitten heel veel. Het is fantastisch mooi, je ziet nog veel terug van de Spaanse overheersing, maar je voelt ook de vrijheid die de mensen zich toen eigen hebben gemaakt. Ze hebben hun authenticiteit behouden, zo heb je hier bijvoorbeeld geen straatnamen. Er hangen wel straatnaamborden maar die worden niet gebruikt. Gedurende de dictatuur die tot 1979 heeft geduurd, wilde de mensen toch nog iets eigen houden. Als je dus ergens heen wilt met de taxi noem je een bekende plek, hoeveel blokken het daarvandaan is en hoeveel meter naar het noorden, oosten, westen of zuiden is. Vervolgens noem je kleuren van het huis en de taxi brengt je daar. Behoorlijk apart. Tevens heb je hier alleen eenrichtingsverkeer en wie er hier nou voorrang heeft is mij nog steeds een raadsel. Ondanks dat ik mijn rijbewijs op het nippertje heb gehaald.
Op maandag ben ik naar het strand gegaan, Las Peñitas, ook weer een hele beleving. Je pakt de taxi naar het busstation. Je stapt in de bus en wacht totdat hij helemaal vol is. Er zijn geen vertrektijden, gewoon wachten tot hij fully packed is. Naar het strand is ongeveer 20km, je zou denken dat het ongeveer 15 min duurt maar je bent 45 min onderweg. Elke vijf meter gebeurt er één van de volgende dingen: er wordt op de buitenkant van de bus geslagen, er wordt keihard “DALE!!,DALE!!” geroepen of ze beginnen te fluiten. Hoe dan ook, het betekent dat de bus moet stoppen. Mensen gaan eruit en er komen nieuwe in. Op het strand gekomen, viel het mij wat tegen. Ik had er meer van verwacht, laat ik het zo zeggen. Ik heb wat rondgelopen over het strand in de branding van meters hoge golven. Genoten van het weer (35 graden) en wat gedronken in één van de restaurants. Op de weg terug zat ik naast een meisje die gewoon voor zich uitkeek toen een kerel in stapte met een levende kip onder zijn arm. Het beestje keek mij aan, hopeloos verwonderend over wat er met hem zou gebeuren. Helaas heb ik het die kerel niet kunnen vragen maar ik denk dat het eten die avond behoorlijk vers was!
Dinsdagochtend begonnen met Spaanse les, super fijne vrouw, die je gewoon rustig de tijd geeft om je woorden en zinnen bij elkaar te krijgen. Iets wat mij nog niet echt goed lukt, kortom ik kan mijzelf behoorlijk verstaanbaar maken maar het klopt nog niet helemaal. Maar ik praat veel Spaans met de locals en de mensen van Fundación DIA, dus ik heb er alle vertrouwen in dat het goed komt. Daarnaast tijd genoeg!
Dinsdagmiddag belde ik Gilberto dat ik graag naar het kantoor van de FDIA wilde komen en hij zou mij wel om 14.00 komen ophalen. Het plan was om van tevoren even een koffie te drinken in het hostel. 6 koffie later, om 15:30 kwam Gilberto met Carlos opdagen. In het hostel werd mij vriendelijk verzocht daar alvast te wennen, that’s how the cookie crumbles. In de veronderstelling naar het kantoor te gaan, gingen we rechtstreeks naar een bar. Meer werknemers van de FDIA sloten aan en we zaten in het Spaans mooie verhalen uit te wisselen. Bier drinken Nica-style is pretty good! De flesjes vulden zichzelf weer, althans zo leek het. Voor ik het wist zat de sliss er goed in en praatte ik vloeiend Spaans. Daarnaast dacht ik alles te verstaan wat zij zeiden. Na 5 uur in de bar zijn we naar het huis van Gilberto gegaan waar ik mocht aanschuiven voor het avondeten. Wederom super gastvrij. Zijn jongste zoon Gilbertito stond voor mij op en daar zit je dan, Nica-style in een huis waar jij direct geaccepteerd wordt. Daarna zijn we dan eindelijk (rond 10 uur ‘s avonds) naar het kantoor van de FDIA gegaan. En wat ik daar zag (ook al was het donker) was ongelofelijk. Een groot stuk land net buiten León, waar in het midden een 3 jaar oud kantoor staat, degelijk en ruimtelijk goed besteedt. Daaromheen gebeurt het proces van het klimaatbos waar momenteel 100.000 bomen geplant worden, die groeien totdat zij 20 centimeter hoog zijn. Een stuk land met volledige sproei-installaties om het teak, mahonie, eik, ceder en laurier met de goede grond- & mestverhouding te laten groeien. Immens groot, heel indrukwekkend en ik ben benieuwd naar het totale proces in. Daarna worden ze overgeplant naar het land van de boeren. Mijn indruk is dat de werknemers goed opgeleid en zeer bewust bezig zijn met het proces om zo een optimale groei van de bomen te verkrijgen. Ze zoeken naar de juiste verhoudingen tussen grond, mest, water en temperatuur. Hoe dat precies in elkaar steekt, dat bewaar ik voor later…
Woensdagmiddag heb ik de heren een koekje van eigen deeg gegeven. We hadden afgesproken Real Madrid – Manchester United te gaan kijken in het huis van Gilberto. Ik was het soort van vergeten, dus na een half uur te hebben gewacht belde Gilberto mij en zijn we alsnog naar zijn huis gegaan. Van Persie is ook hier behoorlijk populair!
Donderdag heb ik te maken gehad met gewenningsverschijnselen als het gaat om het eten, drinken en de temperatuur. Ik moet zeggen dat het tegelwerk in de badkamer er behoorlijk strak uitziet. En het zijn 643 tegels…
Zondag de 17de was er ook één om niet te vergeten. Dinsdag had ik Gilberto verteld dat ik graag naar voetbal kijk en de leider van een voetbalteam ben dat in 5 jaar 4x kampioen is geworden en ook de KNVB-beker had gewonnen. Dat vond hij wel mooi, dus vroeg hij mij mee te gaan naar een wedstrijd van zijn team. Twee zonen (Enrique en Erlin) van hem spelen in de competitie hier in León. Gilberto is niet de trainer of leider maar vooral zeer aanwezig tijdens de wedstrijd om aanwijzingen te geven. De competitie bestaat uit teams uit de verschillende wijken (barrios).
Zijn team F.C. Fundeci (naam barrio) speelde tegen een van de andere wijken. Natuurlijk wilde ik weleens het sfeertje proeven van een amateur wedstrijd in Nicaragua. Wederom heb ik 45 minuten zitten wachten tot hij kwam, maar ach het was het waard! Je komt daar op een groot sportcomplex net buiten de wijken, waar een volksverhuizing heeft plaatsgevonden. Familie en vrienden zijn neergestreken langs het voetbalveld. Je word aan iedereen voorgesteld en één van de jongens vroeg zich af of ik een scout was van een Nederlandse voetbalclub. Vrouwen lopen langs de lijn met grote schalen op hun hoofd eten te verkopen en drinken/ijsjes vliegen ook voorbij. Het veld, de grassprieten zijn op één hand te tellen en een voorbijtrekkende stofwolk legt de wedstrijd geregeld stil. Genietend van een heerlijke mango was de sfeer fantastisch en het nivo behoorlijk hoog ondanks het constant opstuiteren van de bal door de oneffenheden. De jongens zijn zeer gepassioneerd en het gaat er behoorlijk stevig aan toe. Maar toch het wederzijds respect is zichtbaar. Elke beslissing van de arbiter, terecht of onterecht, wordt geaccepteerd. Ze mogen denk ik onbeperkt wisselen want de ene na de andere viel uit met op het oog lichte blessures en er bleven maar nieuwe jongens het veld inlopen. Aan het einde van de wedstrijd kwam Enrique (de middelste zoon van Gilberto) erin, een soort supersub. Hij heeft het formaat Ronaldo na zijn carrière. Die jongen zette geen stap teveel. Als hij aan de bal kwam begon iedereen te roepen: “Dale, Dale!” (Gaan, gaan!). Op een gegeven moment maakte hij een actie die strandde in een schot over de zijlijn (niet de achterlijn) en een duikeling waarbij hij onder het stof terecht kwam. Alsof ik in een comedy zat begon iedereen te gieren en te brullen. Prachtig! Helaas heb ik vrijwel de hele tijd geen woord verstaan. Dit genre woorden is weer heel anders dan het vocabulaire dat ik aan het bestuderen ben. Het is om gek van te worden. Maar door er gewoon naar te luisteren steek je toch wat op. Na 2 woorden gesproken te hebben, 1-0 winst voor F.C. Fundeci (penalty) en 3 uur later, was ik weer terug in mijn hostel. Wat een ervaring!
In grote lijnen mijn ervaring in León, Nicaragua tot nu toe. Ik beleef het met ups and downs, denkend aan de mensen van wie je houdt. Maar toch ook genietend van alles om mij heen en vooral de mentaliteit van de mensen. Mijn reis is pas een week oud, dus ik vermoedt dat ik nog een hoop ga meemaken!
Que te vaya bien! (het ga je goed!)