Utrecht-León blog


Een ongelooflijke tournee in Nicaragua 2

Posted on mei 14, 2013 by admin
Door Colijn Buis
 
Ik ben net terug van mijn tour in Nicaragua georganiseerd door de Nederlandse ambassade, m.m.v. o.a. Stichting Vriendschapsband Utrecht-León in het kader van 30 jaar stedenbanden Nederland-Nicaragua en de Nederlandse ambassade die dit jaar uit Nicaragua weg zal gaan, maar de stedenbanden zullen blijven.
 
Deze reis heb ik als extra speciaal ervaren vanwege de stedenbanden met Nederland. Men is erg dankbaar voor de samenwerking met Nederland in het verleden, die daar veel (mede) mogelijk heeft gemaakt o.a. de bouw van enkele theaters/bibliotheken waarin ik nu heb gespeeld!
 
Ik heb workshops en concerten gegeven en moet zeggen, ik heb ontelbaar veel indrukken opgedaan en met de beste muzikanten van Nicaragua gespeeld -mógen spelen, want ze zijn allemaal ouder dan ik.

Carlos Mejía Godoy en zijn band ‘los de Palacagüina’ treden samen op met Colijn Buis uit Utrecht

Het was een grote eer om te spelen met o.a. Carlos Mejía Godoy en zijn groep. Hij is de beroemdste zanger van Nicaragua. Alle Nicaraguanen – ook alle jongeren en kids – kunnen zijn liedjes woord voor woord meezingen, een levende legende in Nicaragua. En met Jazz’ta (rock-jazz), een geweldige band, en we speelden HARD – in Nicaragua houdt men nog meer van muziek als die heel hard is! ;)

Extra speciaal was dat het concert met Jazz’Ta ook echt in León was, de stad die de band met Utrecht heeft. Ik voelde me toch meteen verbonden op een wonderlijke manier toen we León binnenreden.
Het contact met Jazz’Ta is overigens ontstaan met dank aan Frank Torres, Nicaraguaans musicus uit León die in Nederland woont – en ook veel in Utrecht speelt.
 
Ook het samenwerken met de jeugd was heel bijzonder, het workshops geven aan hen: In Juigalpa (de stad die een stedenband heeft met Leiden) waren er heel jonge deelnemers, qua niveau soms nog vrij beginnend, maar zeer enthousiast!
De 2e workshop in Estelí (verbonden met Delft): het niveau was hier juist heel hoog, dus ik kon veel uitleggen en de deelnemers laten uitproberen, ook de docenten deden actief mee.
 
Het zien van de armoede op bepaalde plekken heeft me toch wel aangegrepen, steun uit NL blijft toch wel zeer welkom en nodig!
 
Wil je meer weten over mijn reis? Hieronder links met een fotoverslag, video’s, officiële documenten, posters en meer info!
 
Hartelijke groet,
Colijn
 
COLIJN BUIS MUSIC
Colijn Buis (Master of Music)
musicus
pianist / componist / arrangeur / docent
 

Pianist uit Utrecht op tour in Nicaragua 1

Posted on maart 25, 2013 by admin

De Utrechtse pianist Colijn Buis is sinds het korenfestival voor León in 2012 betrokken bij Vriendschapsband Utrecht-León. Bij zijn koren en ensembles zamelt hij geld in voor de projecten in León. En nu gaat Colijn in de tweede week van april op workshop- en concerttour naar Nicaragua. Op 10 april treedt hij op in het stadtheater van León.

In het AD werd Colijn over zijn reis geïnterviewd. Lees hier het artikel.

Colijn gaat op zijn eigen blog vertellen over de tour!

Buen viaje y mucho éxito, Colijn!

 

 

León, Nicaragua – waar het woord ‘weinig’ ‘veel’ betekent! 0

Posted on februari 28, 2013 by admin

Door Floris Waardenburg

Tsjjaaaa… Waar te beginnen? Daar heb je dan een hele tijd naar toegeleefd! En dan die dag. Vrijdag de 8ste van februari, KL575 via Panama City naar Managua, Nicaragua. De spanning van top tot teen te voelen en het vliegtuig wacht echt niet op je. Laten we dan toch maar gaan. Of ik er tegenop zag? Jazeker, het vloog me naar de strot. Allemaal mooie verhalen vertellen aan iedereen, waar ik naartoe zou gaan en wat ik zou gaan doen om mijn steentje bij te dragen aan het welzijn van mens en wereld. Als ik er nu op terug kijk was dat vooral de zenuwen wegpraten want diep in dat kleine hartje van mij, heel diep, zat iets wat mij nachten wakker heeft gehouden. De spanning om alleen, 9000km van alles en iedereen die je lief hebt weg te gaan.

Op naar een half jaar waarbij je voor jezelf moet zorgen, Spaans de voertaal is, jezelf de wegwijs moet maken en nooit is kan terugvallen op familie en vrienden waardoor je ademhaling instant daalt.

Enfin, het vliegen niet veel bijzonders. 15 uur later op het vliegveld in Managua. Mijn backpack en daypack gelukkig op de rug en de buik, zoekend naar een kerel die Gilberto heet. Weleens een foto gezien, maar na 15 uur lijken ze allemaal verdacht veel op elkaar. Er stond niemand met een boord ‘Flores Vaerdenvurg, Fundación DIA’, dus ging ik maar rondjes lopen op zoek naar een bekend gezicht. “Taxi? No gracias”, “Taxi? No quiero”. Geen bekend gezicht te zien. Dan maar roepen “Gilberto, Gilberto”, geen reactie. Toen ben ik op zoek gegaan naar een telefoon. Al zoekend kwam er een kerel langs aan wie ik vroeg of ik zijn telefoon mocht gebruiken. Eerst afwijzend kijkend, waarna ik zei dat wanneer ik Gilberto niet te spreken kreeg, hij mijn taxichauffeur was. De telefoon ging over, “Hola Gilberto, me llamo Floris”. De rest is geschiedenis, het Spaans is redelijk kort af, ik kon er niks uit opmaken behalve “Carlos”. Opgehangen en toen al “Carlos” roepend, peuken gekocht, kwam er een kerel op mij afgelopen. Het was Carlos.

Met Carlos y Carlos, twee technici van het klimaatbos, in de auto naar León viel mij meteen op dat de muziek hier behoorlijk up-to-date is. Will.i.am. kwam voorbij, Afrojack en toch zeker ook Michael Jackson. Je praat over van alles, zo ook over onze hond. Ik vertelde hen dat hij ‘Kippie’ heet, in het Spaans ‘Pollo’, dit vonden zij fantastisch. Ze vroegen mij of ik trek had in een pilsje. Natuurlijk! En halverwege de trip naar León sloegen we bij een klein dorp af. Een dorp zonder verharde wegen met mensen en zwerfhonden langs de weg. Al zigzaggend over heuvels en door kuilen kwamen we bij een huis aan. Op de patio zaten 8 mensen. Eén daarvan was Gilberto, die zijn troepen op pad had gestuurd om mij op te halen, zodat hijzelf bij zijn broer thuis bier met ijs en ‘Flor de Caña’ (rum) kon drinken. De hekken open, links kijkend, waar kinderen op de playstation 2 DragonBallZ aan het spelen waren, met open armen ontvangen. Direct een rum cola in de handen, lekker Spaans praten en vooral veel lachen. Vooral veel lachen, want het Spaans verstaan dat kon ik niet. We spraken over muziek en jahoor ik zat binnen op de bank, met de broer van Gilberto te kijken naar een gekopieerde DVD van ‘The Best of the 70’s’. Simon&Garfunkel, Kansas en The Eagles passeerden de revue, hij zong in het Spengels (Spaans-Engels) mee en natuurlijk weer veel lachen. Even later vertelde Dos Carlossos in vrij snel Spaans over onze hond. Het enige wat ik verstond was pero, Kippie en pollo. Wat volgde was hard gelach. Blijkbaar is het hier ook apart dat je je hond een kip noemt. Entonces (kortom), als je de cultuur wilt voelen dan is zo’n avond een aardige binnenkomer.

Daarna op naar León en rond een uur of twaalf ingecheckt in Hostel Chilli Inn. Er was een salsa avond maar mijn heupen zaten redelijk vast van de reis, ik was toen al 23 uur wakker. Ik heb twee slokken van mijn rum-cola genomen en met de oordoppen in knock-out gegaan. De volgende morgen met een ‘Free coffee for guests’ de dag gestart, met een Italiaan bij het zwembad wat gitaar zitten spelen en toen mijn kamer in de Chilli Garden betrokken. Heel relaxed, om de hoek van het grote hostel, waar ik direct in contact raakte met een aantal mensen. De mensen die in het hostel werken, verblijven hier ook en dat is wel lekker want dan heb je wat meer vastigheid.

Zaterdag door de stad León gelopen en meteen de cultuur gezien. Het is hier totaal anders, een andere wereld, mensen hebben statistisch gezien weinig maar bezitten heel veel. Het is fantastisch mooi, je ziet nog veel terug van de Spaanse overheersing, maar je voelt ook de vrijheid die de mensen zich toen eigen hebben gemaakt. Ze hebben hun authenticiteit behouden, zo heb je hier bijvoorbeeld geen straatnamen. Er hangen wel straatnaamborden maar die worden niet gebruikt. Gedurende de dictatuur die tot 1979 heeft geduurd, wilde de mensen toch nog iets eigen houden. Als je dus ergens heen wilt met de taxi noem je een bekende plek, hoeveel blokken het daarvandaan is en hoeveel meter naar het noorden, oosten, westen of zuiden is. Vervolgens noem je kleuren van het huis en de taxi brengt je daar. Behoorlijk apart. Tevens heb je hier alleen eenrichtingsverkeer en wie er hier nou voorrang heeft is mij nog steeds een raadsel. Ondanks dat ik mijn rijbewijs op het nippertje heb gehaald.

Op maandag ben ik naar het strand gegaan, Las Peñitas, ook weer een hele beleving. Je pakt de taxi naar het busstation. Je stapt in de bus en wacht totdat hij helemaal vol is. Er zijn geen vertrektijden, gewoon wachten tot hij fully packed is. Naar het strand is ongeveer 20km, je zou denken dat het ongeveer 15 min duurt maar je bent 45 min onderweg. Elke vijf meter gebeurt er één van de volgende dingen: er wordt op de buitenkant van de bus geslagen, er wordt keihard “DALE!!,DALE!!” geroepen of ze beginnen te fluiten. Hoe dan ook, het betekent dat de bus moet stoppen. Mensen gaan eruit en er komen nieuwe in. Op het strand gekomen, viel het mij wat tegen. Ik had er meer van verwacht, laat ik het zo zeggen. Ik heb wat rondgelopen over het strand in de branding van meters hoge golven. Genoten van het weer (35 graden) en wat gedronken in één van de restaurants. Op de weg terug zat ik naast een meisje die gewoon voor zich uitkeek toen een kerel in stapte met een levende kip onder zijn arm. Het beestje keek mij aan, hopeloos verwonderend over wat er met hem zou gebeuren. Helaas heb ik het die kerel niet kunnen vragen maar ik denk dat het eten die avond behoorlijk vers was!

Dinsdagochtend begonnen met Spaanse les, super fijne vrouw, die je gewoon rustig de tijd geeft om je woorden en zinnen bij elkaar te krijgen. Iets wat mij nog niet echt goed lukt, kortom ik kan mijzelf behoorlijk verstaanbaar maken maar het klopt nog niet helemaal. Maar ik praat veel Spaans met de locals en de mensen van Fundación DIA, dus ik heb er alle vertrouwen in dat het goed komt. Daarnaast tijd genoeg!

Dinsdagmiddag belde ik Gilberto dat ik graag naar het kantoor van de FDIA wilde komen en hij zou mij wel om 14.00 komen ophalen. Het plan was om van tevoren even een koffie te drinken in het hostel. 6 koffie later, om 15:30 kwam Gilberto met Carlos opdagen. In het hostel werd mij vriendelijk verzocht daar alvast te wennen, that’s how the cookie crumbles. In de veronderstelling naar het kantoor te gaan, gingen we rechtstreeks naar een bar. Meer werknemers van de FDIA sloten aan en we zaten in het Spaans mooie verhalen uit te wisselen. Bier drinken Nica-style is pretty good! De flesjes vulden zichzelf weer, althans zo leek het. Voor ik het wist zat de sliss er goed in en praatte ik vloeiend Spaans. Daarnaast dacht ik alles te verstaan wat zij zeiden. Na 5 uur in de bar zijn we naar het huis van Gilberto gegaan waar ik mocht aanschuiven voor het avondeten. Wederom super gastvrij. Zijn jongste zoon Gilbertito stond voor mij op en daar zit je dan, Nica-style in een huis waar jij direct geaccepteerd wordt. Daarna zijn we dan eindelijk (rond 10 uur ‘s avonds) naar het kantoor van de FDIA gegaan. En wat ik daar zag (ook al was het donker) was ongelofelijk. Een groot stuk land net buiten León, waar in het midden een 3 jaar oud kantoor staat, degelijk en ruimtelijk goed besteedt. Daaromheen gebeurt het proces van het klimaatbos waar momenteel 100.000 bomen geplant worden, die groeien totdat zij 20 centimeter hoog zijn. Een stuk land met volledige sproei-installaties om het teak, mahonie, eik, ceder en laurier met de goede grond- & mestverhouding te laten groeien. Immens groot, heel indrukwekkend en ik ben benieuwd naar het totale proces in. Daarna worden ze overgeplant naar het land van de boeren. Mijn indruk is dat de werknemers goed opgeleid en zeer bewust bezig zijn met het proces om zo een optimale groei van de bomen te verkrijgen. Ze zoeken naar de juiste verhoudingen tussen grond, mest, water en temperatuur. Hoe dat precies in elkaar steekt, dat bewaar ik voor later…

Woensdagmiddag heb ik de heren een koekje van eigen deeg gegeven. We hadden afgesproken Real Madrid – Manchester United te gaan kijken in het huis van Gilberto. Ik was het soort van vergeten, dus na een half uur te hebben gewacht belde Gilberto mij en zijn we alsnog naar zijn huis gegaan. Van Persie is ook hier behoorlijk populair!

Donderdag heb ik te maken gehad met gewenningsverschijnselen als het gaat om het eten, drinken en de temperatuur. Ik moet zeggen dat het tegelwerk in de badkamer er behoorlijk strak uitziet. En het zijn 643 tegels…

Zondag de 17de was er ook één om niet te vergeten. Dinsdag had ik Gilberto verteld dat ik graag naar voetbal kijk en de leider van een voetbalteam ben dat in 5 jaar 4x kampioen is geworden en ook de KNVB-beker had gewonnen. Dat vond hij wel mooi, dus vroeg hij mij mee te gaan naar een wedstrijd van zijn team. Twee zonen (Enrique en Erlin) van hem spelen in de competitie hier in León. Gilberto is niet de trainer of leider maar vooral zeer aanwezig tijdens de wedstrijd om aanwijzingen te geven. De competitie bestaat uit teams uit de verschillende wijken (barrios). Zijn team F.C. Fundeci (naam barrio) speelde tegen een van de andere wijken. Natuurlijk wilde ik weleens het sfeertje proeven van een amateur wedstrijd in Nicaragua. Wederom heb ik 45 minuten zitten wachten tot hij kwam, maar ach het was het waard! Je komt daar op een groot sportcomplex net buiten de wijken, waar een volksverhuizing heeft plaatsgevonden. Familie en vrienden zijn neergestreken langs het voetbalveld. Je word aan iedereen voorgesteld en één van de jongens vroeg zich af of ik een scout was van een Nederlandse voetbalclub. Vrouwen lopen langs de lijn met grote schalen op hun hoofd eten te verkopen en drinken/ijsjes vliegen ook voorbij. Het veld, de grassprieten zijn op één hand te tellen en een voorbijtrekkende stofwolk legt de wedstrijd geregeld stil. Genietend van een heerlijke mango was de sfeer fantastisch en het nivo behoorlijk hoog ondanks het constant opstuiteren van de bal door de oneffenheden. De jongens zijn zeer gepassioneerd en het gaat er behoorlijk stevig aan toe. Maar toch het wederzijds respect is zichtbaar. Elke beslissing van de arbiter, terecht of onterecht, wordt geaccepteerd. Ze mogen denk ik onbeperkt wisselen want de ene na de andere viel uit met op het oog lichte blessures en er bleven maar nieuwe jongens het veld inlopen. Aan het einde van de wedstrijd kwam Enrique (de middelste zoon van Gilberto) erin, een soort supersub. Hij heeft het formaat Ronaldo na zijn carrière. Die jongen zette geen stap teveel. Als hij aan de bal kwam begon iedereen te roepen: “Dale, Dale!” (Gaan, gaan!). Op een gegeven moment maakte hij een actie die strandde in een schot over de zijlijn (niet de achterlijn) en een duikeling waarbij hij onder het stof terecht kwam. Alsof ik in een comedy zat begon iedereen te gieren en te brullen. Prachtig! Helaas heb ik vrijwel de hele tijd geen woord verstaan. Dit genre woorden is weer heel anders dan het vocabulaire dat ik aan het bestuderen ben. Het is om gek van te worden. Maar door er gewoon naar te luisteren steek je toch wat op. Na 2 woorden gesproken te hebben, 1-0 winst voor F.C. Fundeci (penalty) en 3 uur later, was ik weer terug in mijn hostel. Wat een ervaring!

In grote lijnen mijn ervaring in León, Nicaragua tot nu toe. Ik beleef het met ups and downs, denkend aan de mensen van wie je houdt. Maar toch ook genietend van alles om mij heen en vooral de mentaliteit van de mensen. Mijn reis is pas een week oud, dus ik vermoedt dat ik nog een hoop ga meemaken!

Que te vaya bien! (het ga je goed!)

 

‘Een beetje voor jezelf en een beetje voor de ander’ – Bedrijf De Handige Meeuw steunt het klimaatbos in León 1

Posted on december 18, 2012 by admin

Door Annelien Meerts

De Utrechtse Zeger Meeuwisse is ZZP’er en heeft zijn eigen klusbedrijf ‘De Handige Meeuw’. Jaarlijks compenseert hij zijn gereden kilometers door geld te doneren aan een goed doel. Sinds 2012 geeft hij geld aan het klimaatbos in León, Nicaragua. Dit bos is mede gefinancierd door Gemeente Utrecht, die al meer dan 25 jaar een stedenband met León heeft. 

Met zijn bedrijf is Zeger veel bezig met duurzaamheid. ‘Ik geef klanten advies over isolatie van hun huis, ik gebruik zoveel mogelijk FSC hout, al het papier dat ik gebruik bij de administratie is ecologisch.’ Het compenseren van de gereden kilometers hoort hier ook bij. ‘Ik heb het besef dat ik het milieu vervuil door te rijden met mijn bus. Helaas heb ik geen geld om een elektrische bus te kopen, dus daarom compenseer ik mijn gereden kilometers.’ Voor elke gereden kilometer gaat er 2 cent naar het klimaatbos; afgelopen jaar heeft ‘De Handige Meeuw’ een donatie gedaan van meer dan 700 euro en onderhoudt daarmee bijna 4 hectare bos. 

Zeger kent León goed, tijdens zijn scriptie voor de opleiding Geografie van Ontwikkelingslanden heeft hij vier maanden in León gewoond. ‘Ik ben naar León gegaan omdat ik in Utrecht woon. Tijdens mijn studie heb ik kennis gemaakt met de stedenband tussen Utrecht en León. Het is dan ook geen toeval dat ik voor mijn scriptie naar León wilde.’ Begin 2012 is Zeger terug geweest in Nicaragua. Hij heeft toen ook een bezoek gebracht aan het klimaatbos, dat inmiddels drie jaar oud is. 

‘Het leuke van het klimaatbos is dat je heel direct bezig bent met het compenseren van CO2. Als je geld doneert, worden er nieuwe bomen geplant die CO2 opnemen.’ Als je voor een bekend goed doel kiest, zoals Oxfam Novib, dan zit daar een heel stroperig apparaat tussen, aldus Zeger. ‘Bij het klimaatbos gaat een heel hoog percentage van het gedoneerde geld direct naar het bos en wordt dus niet op een grote hoop gegooid. Het is hierdoor een heel effectief project. Dat spreekt me erg aan, want in mijn eigen bedrijf probeer ik ook zo effectief mogelijk te zijn.’

Een andere reden dat hij gekozen heeft om geld te doneren aan het klimaatbos is omdat Utrecht en León zustersteden zijn. Dan lijkt het bos dat zó ver weg ligt toch dichtbij. Bovendien zijn de lijntjes tussen Utrecht en León kort, waardoor er goede controle is op wat er met het gedoneerde geld gebeurt.

Tenslotte spreekt het Zeger ook aan dat het bos zorgt voor werkgelegenheid. De boeren die het bos onderhouden krijgen inkomsten omdat ze na een paar jaar een deel van de bomen kunnen omkappen. De winst die de verkoop oplevert mogen de boeren deels houden, de rest wordt gebruikt om nieuwe bomen aan te planten. 

Zeger vindt het ook bedrijfsmatig interessant om een goed doel te steunen. Om de simpele reden dat het ook klanten kan opleveren. ‘Het zal geen klanten opleveren, van: “hé die compenseert zijn uitstoot, dus daar ga ik mee in zee”, maar ik denk wel dat als er twee bedrijven een dienst aanbieden voor dezelfde prijs, dat klanten eerder kiezen voor een bedrijf dat ook nog iets goeds doet.’ Het is als eenmanszaak ook relatief eenvoudig om de gereden kilometers te compenseren. Het is aftrekbaar van de belasting, dus drukt daarom niet enorm op zijn budget.

Zeger zet zowel op zijn offertes als op zijn facturen dat alle gereden kilometers gecompenseerd worden door een gift aan het klimaatbos te schenken. Zijn klanten zeggen daar regelmatig iets positiefs over. Sommigen bezoeken zelfs de website van het klimaatbos. ‘Wat dat betreft is het compenseren van mijn CO2 ook een reclamemiddel voor mijn bedrijf. Hierdoor val ik op. Ik doe het dus  een beetje voor mezelf en een beetje voor de ander.’ 

Meer weten over het klimaatbos in León? Kijk hier.

Vrijwilligerswerk in León – leerzaam voor alle betrokkenen 0

Posted on oktober 22, 2012 by admin

Door: Nicky Zuiderwijk

Goedemiddag iedereen, 

Terwijl de temperatuur van het Noordzeeklimaat in Utrecht langzaam richting de nul zakt, blijft het savanneklimaat in León als altijd stug boven de 30 graden. Het enige echte verschil dat ik merk van de overgang van de huidige ‘winter’ naar de zomer in december is dat het een stuk minder regenachtig aan het worden is. Ik kan me nog goed herinneren dat ik net in León was en ik vanuit mijn werk een leenfiets had gekregen. Toen ik na een enorme stortbui naar huis wou fietsen, zei een collega tegen mij: “Wist je dat je nog steeds kan fietsen als het water je tot boven de knieën komt?” Op dat moment had ik nog niet door dat dit heel serieus bedoeld was. Maar daar kwam ik 5 minuten later wel achter. Eén van de wegen die ik moest nemen bleek te zijn veranderd in een ware rivier die ook daadwerkelijk tot boven mijn knieën uitkwam. Blijkbaar is deze straat altijd een afvoer voor enorme hoeveelheden regenwater. En het bleek inderdaad mogelijk zijn om hier nog doorheen te fietsen, wat ik dan ook maar zo snel mogelijk deed. Erg bizar. Leek het toen tenminste. In anderhalve maand in León heb ik al enorme stortbuien, extreme hitte, een aardbeving, een vulkaanuitbarsting en enkele tsunami waarschuwingen meegemaakt. De gemiddelde inwoner van León haalt hier zijn schouders niet meer voor op. Ik inmiddels ook niet meer.

Iets wat ik wel gemerkt heb is dat reizen door een warm klimaat absoluut iets anders is dan werken in een warm klimaat. Vooral de eerste twee, drie weken zijn slopend. Het duurt natuurlijk sowieso even voor je over het tijdsverschil van achter uur heen bent, hier is weinig aan te doen. Maar vraag aan elke willekeurige Europeaan die hier vrijwilligerswerk doet hoe hij zich voelt en het antwoord zal eigenlijk altijd ‘moe’ of ‘duf’ zijn. Het is niet alleen de hitte die werken een stuk zwaarder maakt. León heeft ook nog eens een enorm hoge luchtvochtigheid, wat ook echt niet bevorderlijk is voor de productiviteit. Mensen die bijvoorbeeld wel een last hebben gehad van astmatische aanvallen zullen begrijpen hoe vermoeiend het is als ademen zwaarder wordt. De mentaliteit van ‘mañana mañana’ en ‘siestas’ wordt in ieder geval een stuk duidelijker als je hier bent: het is niet alleen maar onwil of luiheid. Als reiziger kun je dit compenseren door af en toe een gat in de dag te slapen of bij te komen op het strand. Maar als je 40 uur per week bezig bent met Spaanse lessen en vrijwilligerswerk, dan is het af en toe toch flink aanpoten.

Wat heb ik hier tijdens mijn verblijf tot nu toe eigenlijk zoal gedaan? Daar heb ik op dit blog nog helemaal niets over geschreven, terwijl ik mijn werk zeer boeiend en afwisselend vind. Om bij het begin te beginnen: ik ben sinds ongeveer twee maanden klaar met mijn bacheloropleiding ‘Commerciële Economie’ aan de Hogeschool Utrecht. Daarnaast heb ik de minor ‘Spaanse Taal & Cultuur’ gedaan, die ertoe heeft geleid dat ik op zoek ben gegaan naar vrijwilligerswerk in Latijns Amerika. Een lerares die ik had tijdens deze minor heeft mij verwezen naar Stichting Vriendschapsband Utrecht-León, omdat ze daar goede verhalen over gehoord had en het een leed tot het ander.

Voor ik het wist zat ik bij coördinator Katrin op gesprek. Na de mogelijkheden en mijn achtergrond besproken te hebben, dacht ze een erg leuke en passende klus voor me te hebben. Dit was niet direct voor de stichting Utrecht-León zelf, maar voor een partnerorganisatie uit Engeland: NECAT. Deze stichting beheert in het pand waar ook het kantoor van Utrecht-León zit een bibliotheekje en een kunstnijverheidswinkeltje. In dit bibliotheekje werken ’s middags lokale kinderen aan hun huiswerk en vinden regelmatig interessante activiteiten plaats, waaronder ook activiteiten van Utrecht-León. De bedoeling is dat de opbrengsten van het kunstnijverheidswinkeltje de activiteiten van met name het minibibliotheekje ondersteunen. Echter, zo vertelde Katrin mij, waren de opbrengsten van het winkeltje bedroevend laag. Gezien mijn achtergrond en opleiding vermoedde ze dat hier een leuke uitdaging voor me lag.

Zes weken later kan ik zeggen dat dit een prima inschatting van Katrin is geweest. De problematiek is vrij uitgebreid en uiteenlopend en zeker niet iets wat één, twee, drie, opgelost is. Wat is er, naar mijn mening, aan de hand?

  • De (naams)bekendheid van de winkel en de bibliotheek is, in ieder geval in mijn perceptie, erg laag. Als ik aan iemand, toerist of local, uitleg waar ik werk dan hoor ik bijna nooit “oh, dat ken ik wel”. En dat is ongelooflijk jammer, want zodra ik mijn verhaal heb gedaan dan wil iedereen er graag een keer een kijkje komen nemen. Niet alleen omdat het interessant is, of omdat je verschillende goede doelen steunt (de minibibliotheek, maar ook generaties vakmanschap van de families waar wij de producten inkopen), maar ook gewoon omdat de producten hier voor dezelfde prijs te koop zijn als op de markt terwijl de producten absoluut van superieure kwaliteit zijn. Alle reden dus om hier naartoe te gaan.
  • De ligging van het pand is, hoewel het aan een belangrijke en drukke straat ligt, toch wat uit het centrum. De kans dat mensen die op zoek zijn naar onze producten er toevallig langslopen is erg laag.
  • Van buiten blijkt absoluut niet wat er in dit pand zit. Er was vroeger een prachtige muurschildering met een uitleg over de stichtingen, de winkel en de bibliotheek, maar de gemeente heeft in al haar wijsheid besloten om alle winkels in deze straat te verplichten om de muurschilderingen te verwijderen en alleen een klein bordje met de winkelnaam toe te staan, op straffe van boetes. Dit heeft het bezoek aan de winkel flink doen afnemen. Wat extra zuur is, is dat wij zo goed als het enige pand zijn die de muurschilderingen daadwerkelijk verwijderd hebben. De buren lijken dit bevel gewoon genegeerd te hebben.
  • Ook van binnen blijkt niet waar de winkel voor staat – het lijkt op elke andere willekeurige winkel. Er heeft zelfs een Engelse vrijwilligster aan mij gevraagd wat nou precies het nut van de winkel was, terwijl ze hier toch al een paar keer heeft geholpen. Er hangen wel een paar A4tjes met informatie over enkele producten, maar dit is alleen in het Spaans.
  • De Nicaraguaanse mentaliteit is niet alles behalve proactief. De twee dames die in de winkel werken zullen eigenlijk nooit iemand in de winkel aanspreken. Al helemaal niet als het buitenlanders zijn. Engels spreken doet immers bijna geen enkele Nicaraguaan.
  • Een stapel met een halve A4tjes geprint met een oude zwartwitprinter is het enige promotiemateriaal wat de winkel heeft.

Een hoop werk aan de winkel dus, en dat alles met een nihil budget. Echt een uitdaging dus.

Na de eerste één, twee weken aangekeken te hebben hoe de werkzaamheden in de winkel verlopen, heb ik afgesproken om me eerst bezig te houden met het ontwerpen van een nieuwe folder. Hier ben ik een paar middagen mee zoet geweest, terwijl ik ondertussen ook geholpen met andere zaken. Dit was met name het nemen van foto’s van overige projecten. Inmiddels is de folder af en willen we het geld wat in Nederland heb ingezameld gebruiken om deze professioneel te laten printen. De directeur van NECAT komt volgende week op werkbezoek en we hebben afgesproken dat we nog even met drukken wachten tot hij hier is. Zodra de folders gedrukt zijn willen we deze gaan verspreiden door verschillende hostels en reisbureaus in León.

Nadat ik klaar was met het ontwerpen van de folder ben ik verder gegaan met het opzetten van een Facebook pagina, welke te vinden is op http://www.facebook.com/nicatienda. Dit is een prima medium om de verschillende producten uit de winkel te delen met de lokale bevolking en inmiddels is er al aardig wat interesse. We hebben nu besloten dat we dit verder uit willen bouwen, door ook een echte website en webshop op te zetten. Zoals gezegd zijn de producten hier erg goedkoop, van een prima kwaliteit en je steunt er ook nog eens het goede doel mee, waardoor we er zeker van zijn dat we hiermee ook een hoop mensen in Amerika en Europa kunnen plezieren. Met het opzetten van deze website gaan we ook volgende week beginnen.

De webshop willen we combineren met het bouwen van een productenboek. Dat wil zeggen dat we de producten uit de webshop ook in grote lijnen in een informatiemap willen opnemen, waardoor bezoekers van de winkel snel informatie over de verschillende producten kunnen vinden. Dit willen we uiteraard ook direct in het Engels doen, zodat ook buitenlanders het nut van de winkel en de producten (hopelijk) beter zullen begrijpen.

Dit zijn tot nu toe mijn belangrijkste werkzaamheden. Maar zoals gezegd zijn er hier ook een hoop andere projecten gaande. Ik houd me hier niet intensief mee bezig, maar vind het wel erg interessant om af en toe eens mee te kijken. Zo ben ik mee geweest naar een demonstratie op een lokale basisschool, waar medewerkers van de bibliotheek door middel van een schaalmodel van papier-maché aan kinderen uitlegden hoe een vulkaanuitbarsting precies werkt. Hiermee werd ingespeeld op de recente uitbarsting van een nabijgelegen vulkaan. Ook ben ik een dag mee geweest naar een aantal schoolprojecten in Puerto Morazán in het Noorden (een project van een link tussen Bristol en Nicaragua), waar het niet toeristisch is en iedereen een stuk armer is. Hier voelde ik me net de rattenvanger van Hamelen, omdat minimaal drie kwart van de lokale kinderen alle mogelijke moeite deed om mij overal naartoe te volgen. Lange buitenlanders met blauwe ogen en vrij lichte haren zijn daar blijkbaar een waar fenomeen. Verder ga ik over ongeveer anderhalve week mee naar Masaya om te zien hoe het kopen van de producten van de winkel gaat, ben ik aanwezig geweest bij een bijeenkomst tussen de verschillende vertegenwoordigers van stedenbanden met León, de gemeente en de overheid, ben ik aanwezig geweest bij een aantal lezingen en help ik mee met het maken van figuren van papier-maché voor de viering van het 5-jarige bestaan van de bibliotheek, volgende week vrijdag. Hier heb ik zelf overigens een grote klomp voor gemaakt, waarvan de foto’s hopelijk in mijn volgende blog volgen.

In ieder geval, ik heb het idee dat ik me hier zeker nuttig maak en dat mijn werk ook erg gewaardeerd wordt. En daarnaast leer ik ook een hoop dingen. Ik vind het erg interessant om te zien hoe de structuur van verschillende zaken is. Hiermee bedoel ik bijvoorbeeld het leiden van de winkel en het houden van presentaties. Ik kan met zekerheid zeggen dat dit allemaal heel anders gaat dan in Nederland. De richtlijn hier is dat er eigenlijk geen structuur is en dat dingen lopen zoals ze lopen. Emoties lijken belangrijker dan een echt goede inhoud. Gespreksleiders tijdens besprekingen zijn er niet, de presentaties zijn vooraf niet geoefend en er is niet nagedacht over wat er precies gepresenteerd word. Er worden twintig dingen tegelijk gedaan, in plaats van de Nederlandse stap-voor-stap. En als er na een presentatie gevraagd wordt of er nog vragen zijn dan worden er geen vragen gesteld, maar hele betogen gegeven, waarin iedereen zich mengt en iedereen steeds sneller en fanatieker begint te praten. Tegen deze tijd kan ik ook echt niet meer volgen wat er allemaal gebeurt. Oh, en als je je stoort aan mensen die af en toe sms’en tijdens vergaderingen, dan is mijn advies om nooit in Nicaragua te vergaderen. Iedereen speelt continu met zijn telefoon, er wordt midden in presentaties door 4 personen tegelijk gebeld en de knop om de telefoon op de trilstand te zetten is hier ook nog niet ontdekt. Ik stoor me hier normaal niet zo snel aan, maar dit werkt zelfs mij toch ook aardig op de zenuwen, als ik probeer een presentatie te volgen.

Het grappige is, dat als ik probeer uit te leggen hoe het in Nederland gaat is dat ik merk dat ze dit ook heel fascinerend en misschien zelfs en een beetje raar vinden. Dat rationele en gestructureerde gedoe dat vinden ze niet bij Nicaragua horen, ook al begrijpen ze prima dat dit een veel efficiëntere manier is om te werken. Maar ja, om gestructureerd en goed voorbereid te werken moet je veel meer moeite doen. En dat is toch iets waar veel Nicaraguanen niet echt van houden.

Goed, ik zou nog uren kunnen typen over dit onderwerp want ik vind het allemaal erg boeiend. Ik ben in ieder geval blij dat ik hier een bijdrage kan leveren en tegelijkertijd denk ik dat het zeker goed is om écht te begrijpen hoe er in andere landen gedacht en gewerkt wordt. Dingen die wij doodnormaal in Nederland vinden, zijn in andere landen ongehoord. En vice versa.

Ik zie in ieder geval dat ik al bijna vier A4tjes verder ben, dus bij deze wil ik mijn blog van vandaag beëindigen. Als iemand vragen, opmerkingen of ideeën heeft, met name voor de winkel maar uiteraard ook over de andere onderwerpen, dan hoor ik deze graag!

Tot de volgende blog,
Nicky

Ziek zijn in Nicaragua, je moet het maar willen 0

Posted on oktober 08, 2012 by admin

Door: Nicky Zuiderwijk

Een nieuwe maand, een nieuwe blog! Zoals ik in mijn vorige blog al heb aangestipt, kun je in twee weken veel  meemaken. En nu ik weer twee weken verder ben, ben ik absoluut ook weer een aantal ervaringen en een paar wetenswaardigheden over Nicaragua rijker. En natuurlijk wil ik deze graag met jullie delen!

Ik zal eerlijk zijn: in eerste instantie wou ik in deze blog een klein beetje vertellen over ziek zijn in Nicaragua en het vooral over mijn werk hebben. Maar tijdens het schrijven van dit blog ben ik erachter gekomen dat ik alleen al over het ziek zijn bijna een boek kan schrijven. Een boek dat een combinatie is tussen een comedy, een thriller en een avonturenboek. En slapstick. Daarover gaat deze blog dan ook. Over mijn werkzaamheden hier ga ik uitgebreid vertellen in een volgende blog!

Laat ik maar verder gaan waar ik vorige keer ben gebleven. Vrijwel direct na het schrijven van mijn vorige blog ben ik ziek naar huis gegaan. Een enorme last van mijn keel en koorts zorgen ervoor dat ik bijna niet meer helder kon denken. En wat doe elke weldenkende Nederlander dan? Hij neemt een paar paracetamolletjes en gaat er vanuit dat alles over een dag of twee, drie wel weer een stuk beter is. Toch? Toen ik deze gedachtegang aan mijn gastfamilie voorlegde nadat ze mij dringend verzochten om naar de dokter te gaan, gingen ze hoofdschuddend akkoord. Later vond ik uit waarom de hoofden werden geschud: blijkbaar overschat bijna elke Europeaan zijn eigen lichaam, de compleet andere bacteriën in dit continent en het andere klimaat in Nicaragua schromelijk. En ik dus ook.

Een paar dagen later, een strip paracetamol en inmiddels ook een paar zakjes koorts/hoest bruistabletten uit de supermarkt verder, was ik mijn bed zat en besloot ik in al mijn wijsheid wat van mijn weekend te maken. Ondanks dat ik nog keelpijn had en de bruistabletten het bijeffect hadden dat ik midden in de nacht alle besef van tijd en plaats kwijt was en ik stond te wankelen op mijn benen. Zo gezegd, zo gedaan. De volgende dag zat ik met enkele bekende in de bus richting Poneloya, om hier op de boot te stappen en het weekend op een eiland in de omgeving door te brengen. Toen ik in de bus bijna van mijn stokje ging, nam ik dan toch maar de (wijze?) beslissing om de tocht af te blazen en direct naar de dokter te gaan.

Toen ik, eenmaal weer thuisgekomen, aan de familie waar ik verbleef vroeg waar er in de buurt een dokter was, was ik erg verbaasd om te vernemen dat ik er twee huizen verder één kon vinden. Maar helaas, mantequilla de maní (pindakaas ;) ). Gesloten. “Geen probleem!”, werd mij verteld, twee huizen verder zat de volgende. Ik begreep er niet veel van, maar ik ging maar akkoord.

Toen ik aan de vrouw die bij dat huis de glazen aan het wassen was vroeg of hier soms een dokter zat, nam ze me vrolijk mee de huiskamer in en vroeg me om plaats te nemen op de bank. Twee minuten kwam ze, nog steeds in haar huishoudoutfit gekleed, aanzetten met een stethoscoop. Hmmm. Mijn Spaans is nog niet dusdanig goed dat ik al haar schijnbaar medische termen kon begrijpen, maar na even geluisterd en gekeken te hebben kon ik in ieder geval begrijpen dat ze het een duidelijk gevalletje van bronchitis en uitdroging vond. Met een strip met witte pillen, 2 enorme zakken ORS en een recept voor nog meer pillen bij de apotheek op zak stond ik weer op de stoep. Natuurlijk na de 100 córdoba aan dokterskosten te hebben afgetikt. In de apotheek begreep ik dat ik flink aan de antibiotica zou gaan. Vol goede moed heb ik de dagen daarna braaf alle pilletjes geslikt en 4 liter enorm zout ORS-water weggewerkt. Daarnaast heb ik de bruistabletten uit de supermarkt maar in de prullenbak gemikt, want daar kwam werkelijk helemaal niets goeds van. De lichtheid in mijn hoofd verdween langzaam maar zeker, maar de pijn in mijn keel en de moeite met ademen zeker nog niet.

Acht dagen na de start van mijn ziekte. Het is op dit moment  goed om te vermelden dat het halen van vers fruit en water een ware survivaltocht was geworden: elke dag moest ik met mijn zieke hoofd door de bloedhitte minimaal een half uur lopen om eten en drinken te halen. Sutiaba ligt heel ver van alles als je niet mobiel bent. En om heel eerlijk te zijn, kreeg ik op dat moment de vaste portie rijst en bonen ook echt niet meer weg. Ondanks het feit dat ik het niet slecht had bij de familie en het vooral erg goedkoop verblijven was, nam ik op dat moment het besluit om mijn heil elders te zoeken. Vervelend voor de familie: zij raken hun inkomsten kwijt. Maar voor mijn gezondheid hoopte ik dat dit een goed besluit zou zijn.

Vrij direct daarna ben ik ingetrokken in het “Chilli Inn” hostel. Dit hostel heeft een tweede gebouw waarin een aantal buitenlanders voor lange tijd verblijven en voor een vrij schappelijke prijs kon ook ik hier mijn entree nemen. Daarnaast raadden de (Engels sprekende) eigenaren van het hostel mij gezien mijn gesteldheid aan om eens naar de apotheek “la Baretera” vlak in de buurt te gaan, omdat hier ook (gratis) doctoren aanwezig zijn. Dit bleek een erg goed advies. De dokter zag er ook echt uit als elke dokter in Nederland, praatte erg duidelijk en vroeg mij een paar keer te herhalen wat hij zei om zeker te weten dat ik alles begreep. Na mijn borst en rug onderzocht te hebben vermoed hij iets tussen een keelontsteking en longontsteking in. Hiervoor krijg ik medicijnen. Maar dan onderzoekt hij mijn bloeddruk en kijkt me opeens bezorgd aan. “Gebruik je drugs? Cocaïne? Crack?” Dios mío, natuurlijk niet. Nadat ik vorig jaar in Vietnam een Amerikaanse backpacker op de trap van mijn hostel heb zien overlijden na hij een nachtje flink heeft gesnoven is dat al helemaal het laatste waar ik aan zou denken. In ieder geval, nadat ik hem hiervan overtuigd heb, vertelt hij me dat mijn bloeddruk naar zijn mening gevaarlijk hoog is. Nog meer extra medicijnen, heerlijk!

Na opnieuw thuis te zijn gekomen met een goedgevulde tas van de apotheek tref ik aan: een inhaler, een soort hoestdrankspray voor mijn keel, pilletjes voor de bloeddruk, en… vier mysterieuze flaconnetjes, alcoholdoekjes, twee naalden en twee spuiten. Sjonge jonge jonge, wat is dit nou weer? Vertwijfeld loop ik naar balie van het hostel om te vragen of zij mij misschien verder kunnen helpen. Een medewerkster van de Chilli Inn kan me wel helpen, want zij heeft ooit een keer iets in een apotheek gedaan. Ofzo. Een andere man aan de balie wenst me lachend succes.

Op mijn kamer gekomen stroop ik mijn mouwen op en presenteer ik mijn arm. Ik word nietbegrijpend aangekeken en nadat ze “no, no… allí” mompelt, wijst ze naar mijn achterste. Of ik even met mijn broek naar beneden op bed wil gaan liggen. Wat een heerlijke verassing weer. Zou het vanaf nu dan beter gaan? Ik hoop het in ieder geval heel erg. Nadat de naald in linker bil wordt gezet begint het meisje weer te mompelen. “Mierda, mierda.” Shit? Hoezo shit? De naald gaat eruit, ze tikt er een paar keer tegen en hop, daar gaat ie weer. “MIERDA!” Ze haalt weer de naald eruit en ramt er een paar keer tegenaan. Een paar seconde later zitten het plafond, de muren, de vloer, het bed, mijn tassen en mijn fiets onder de penicilline. Dus…. “Kom”, zegt ze. “We moeten gauw naar de apotheek om een nieuwe naald te halen! Ik heb te lang gewacht waardoor de penicilline al begon te stollen en nu is deze naald niet goed meer, sorry.” Wat een feest. Een paar minuten zijn we terug van de apotheek en mengt ze dezelfde flacon penicilline met nog wat meer water. Dit keer gaat het wel goed, al kun je je natuurlijk wel afvragen of de werking nog wel een beetje oké is. Ik ben vrij zeker van niet. En ongelooflijk, wat doet dat ontzettend veel pijn zeg!

De volgende dag voel ik me in ieder geval een stuk beter. Op mijn billen na, want zitten is niet langer een optie. Als ze me ’s avonds vraagt of ik klaar ben voor de volgende ronde, bedank ik haar vriendelijk en zeg ik dat ik me al véééél beter voel en nog meer penicilline helemaal nergens voor nodig is. Ze lacht wat en vraagt er niet verder over. Mooi, die kogel ook weer ontweken.

Nog een paar dagen later voel ik me weer bijna ouderwets. Iets heeft geholpen. Denk ik. Als ik een Nederlandse medicijnenstudent die in het ziekenhuis van León werkt mijn verhaal vertel dan laat hij me vriendelijk zijn visie op antibiotica in het geval van een keelontsteking weten. “Met antibiotica is het vaak binnen 7 dagen over, en zonder antibiotica is het vaak binnen een week over. Oh, en penicilline bestaat ook gewoon in pilvorm hoor.” Zo. Ben ik mooi klaar mee. Ik geloof het in ieder geval wel en blijf gewoon de overige medicijnen gebruiken tot ze op zijn. Voor de zekerheid.

In ieder geval voel ik me sindsdien elke dag weer wat beter en ben ik eindelijk weer over op de orde van de dag overgegaan: Spaans leren en helpen in de Nicatienda. Want daaraan heb ik in de laatste 1,5 week niet veel kunnen doen. En nu maar heel hard hopen dat dit soort praktijken me in de rest van mijn verblijf in Nicaragua bespaard blijft…

‘Money makes the world go round’ – ook in Nicaragua 0

Posted on september 20, 2012 by admin

Door Nicky Zuiderwijk

Vandaag, maandag 17 september, ben ik precies twee weken in Nicaragua. Ik heb gemerkt dat je in twee weken veel mee kan maken, en denk dat ik al een vrij aardig beeld van het land heb gekregen. En met dit gevormde beeld is de vergelijking tussen Nicaragua en Nederland snel gemaakt.

Het zal voor iedereen die een klein beetje een beeld heeft bij Nicaragua duidelijk zijn dat dit een land is waar veel armoede is, de zon een stuk vaker schijnt dan in Nederland en de mensen hier gemiddeld aardig wat kleiner zijn dan in Nederland. Misschien iets minder bekend voor mensen die nog nooit in Nicaragua zijn geweest is bijvoorbeeld dat de mensen erg van muziek houden. Ze vinden het geen probleem om een uur lang aan hetzelfde nummer vast te houden. Het is meer regel dan uitzondering dat er ergens in de buurt met een enorm volume een lokale topper tot in den treure wordt gedraaid. Je moet er maar van houden! Waarschijnlijk ook wat minder bekend is dat je voor de prijs van 3 appels uit de supermarkt ook een prima lunch in een prestigieus restaurant kan halen, en is het heel normaal dat er vanuit de huiskamer kleine winkeltjes (“pulperías”) en restaurantjes (“comedores”) worden gerund door veelal huisvrouwen. En als ik zeg dat er in León een treinstation te vinden is, zonder dat er ergens in het land een trein of zelfs maar rails te vinden is, dan laat ik misschien zelfs wel wat wenkbrauwen fronzen. Net als met de wat trieste constatering dat de gemiddelde Nicaraguaan er de nodige moeite mee heeft om zelfs de Spaanse equivalent van het rijtje “ik, jij, hij, zij” enzovoorts op te noemen. Hij kan het in de praktijk toepassen, dus waarom zou hij in vredesnaam al die moeilijk regeltjes hoeven te kennen?

Ik vind dit alles zeer fascinerend. Maar niet alleen verschillen als bijvoorbeeld bovenstaand vind ik zeer interessant om te constateren. Ik vind het ook erg interessant om te ontdekken waarom deze dingen zijn zoals ze zijn. Gelukkig heb ik een paar erg leuke collega’s en een even leuke lerares Spaans die mij dit graag uitleggen. Voor degenen die zich inmiddels ook afvragen waarom dit bovenstaande is: de drang om een uur lang hetzelfde nummer te draaien zal ik wel nooit begrijpen, maar ik denk dat ik inmiddels de rest wel kan uitleggen. De reden waarom appels duur zijn, evenals bijvoorbeeld druiven en kiwi’s (absolute winnaar: 2,50 euro per stuk), is best logisch. Of deze vruchten groeien niet in het land, of ze groeien hier wel, maar ze worden vooral geëxporteerd. Maar als je in Nederland probeert om een passievrucht, een dragonfruit of een papaja te kopen, dan is het omgekeerde natuurlijk ook waar.

Dat relatief gezien meer Nederlanders dan Nicaraguanen geld hebben om exotische vruchten kopen is niet vreemd: het gemiddelde inkomen van een huishouden is zo rond de 2000 euro per jaar en op de human development index staat Nicaragua op plek 129 van de 179, onder Vietnam. (1) Deze fruitsoorten worden hier dus absoluut gezien als luxeproducten. Hiermee is ook direct de reden gegeven waarom er veel pulperías en comedores zijn, net als het enorme overschot aan taxi’s. Officieel is er “maar” 7,8% werkloosheid, maar bijna 50% onder het volk heeft een “ondergeschikte” baan en leeft onder de armoedegrens van 1 Amerikaanse dollar per dag. (2)(3) In andere woorden: heel veel mensen zijn bij een gebrek aan een geschikte baan maar een klein zaakje begonnen, een “propio negocio”. Overigens kun je als Nicaraguaan alleen maar een baan hebben als je lid bent van een politieke partij, net als stemmen. Anders zou het zomaar kunnen zijn dat je van de ene op de andere dag zonder stroom en water zit en je stembiljet direct de prullenbak ingaat. Dus, zonder lid te zijn van een politieke partij kun je eigenlijk al je inkomen en levensbehoeften wel vergeten. En met de keuze uit slechts twee partijen die echt invloed hebben (de Liberaal Constitutionalistische Partij en het Sandinistisch Nationaal Bevrijdingsfront) is de kans natuurlijk vrij groot dat je alleen maar lid bent omdat je anders geen leven hebt. Doe mij dan toch maar de Nederlandse democratie.

Wat houden we dan nog over? Waarom zijn er in Nicaragua treinstations te vinden, maar geen treinen en geen rails? Tussen grofweg 1994 en 2001 verkocht om wat geld te verdienen. (4) En waarom is de kennis van de gemiddelde Nicaraguaan van zijn eigen taal zo slecht? Daar heb ik zo geen bron over voorhanden, maar in de praktijk heb ik meer dan eens gehoord is dat jongeren liever wat geld bijverdienen dan lang op school zitten. Al heb ik ook van een aantal buitenlandse studenten Spaans gehoord dat het niveau op de universiteit ook van de hogeropgeleiden, waaronder lokale docenten, erg laag is. Typisch vind ik een anekdote van een Oostenrijks meisjes die hier aan haar masterscriptie aan het schrijven is voor haar studie Spaanse taal: ze is zo gefrustreerd over het niveau en de koppigheid van de docenten aan de universiteit hier (“Staat er in jouw boek wat anders dan ik je leer? Dat boek heeft het fout.”) dat ze oprecht bang is dat haar niveau Spaans lager is als ze teruggaat dan toen ze hier kwam. Maar ook dit is natuurlijk weer terug te voeren naar een gebrek aan geld voor goede opleidingen.

Nu denken jullie misschien: heeft deze jongen het wel naar zijn zin? Absoluut. Ik heb fantastische collega’s vanuit de stichting Vriendschapsband Utrecht-León en de stichting NECAT, waaraan ik allebei mijn steentje bijdraag. De mensen in het land zijn over het algemeen erg aardig en behulpzaam, het land is kleurrijk en de natuur is op sommige plekken fantastisch. Over het lokale eten en drinken ben ik ook erg te spreken, en ik heb ook erg aardige mensen ontmoet om mee op te trekken. Er valt nog zo veel te ontdekken in dit land en ik ga me hier de komende twee maanden absoluut nog vermaken. Maar de uitdrukking “money makes the world go round” heeft zich alweer ruim bewezen en ik ben erg blij dat er stichtingen zoals Utrecht-León en NECAT zijn die er alles aan doen om de situatie van de lokale bevolking te verbeteren. 

Bronnen:

(1)    http://hdrstats.undp.org/en/countries/profiles/NIC.html

(2)    https://www.cia.gov/library/publications/the-world-factbook/geos/nu.html

(3)    http://translate.google.com/translate?hl=en&sl=auto&tl=en&u=http%3A%2F%2Fold.kaosenlared.net%2Fnoticia%2Fpobreza-extrema-desigualdad-social-disminuyeron-nicaragua 

(4)    http://www.ferrolatino.ch/FLBSanAntNicEng.htm

Nicky vraagt nog steeds om giften voor de projecten in León, ook al heeft hij zijn eerste streefbedrag al gehaald: http://www.geef.nl/actie/een-kleine-bijdrage-voor-leon

Ik ga Nicaragua enorm missen! 1

Posted on augustus 23, 2012 by admin

Door Lucy Drost

Alweer een laatste bericht uit Nicaragua. Wat gaat de tijd toch snel! Aanstaande vrijdag vlieg ik via Atlanta terug naar Nederland, waar ik zaterdag aankom.
 
De laatste weken zijn hier echt voorbij gevlogen. Ik realiseer me dat de laatste keer dat ik schreef, alweer een tijd geleden is. In de tussentijd heb ik vooral heel veel Spaanse lessen gevolgd, en heb ik 3 middagen per week meegelopen bij het microkrediet project voor jongeren bij de Fundación León 2000. Samen met collega’s heb ik her en der reeds gestarte ondernemers bezocht, zoals kruidenierswinkeltjes op de drukke markten in het centrum van León, ambulante kledingverkoopsters, een verkoper van Amerikaanse tweedehands schoenen (een succes!), een bakkerijtje in een buitenwijk van de stad, een tassenmaakster, een frisdrankverkoopster bij het busstation, een visverkoopster, etc. De ondernemers worden regelmatig bezocht door collega’s van de Fundación om te volgen hoe het ondernemerschap ze vergaat.
 
Verder heb ik een aantal middagen mogen deelnemen aan de cursus in ondernemerschap, die deze maand wordt aangeboden aan de nieuwe lichting jongeren met de droom om een eigen micro- onderneming te beginnen. Het project was heel populair, zo rond de 25 jongeren hadden zich eind juli ingeschreven voor de cursus. Helaas zijn hier maar 7 jongeren van overgebleven die regelmatig naar de cursus komen en serieus bezig zijn met het schrijven van hun ondernemingsplan. Ik hoop dat ze hun plannen met succes kunnen afronden en het gewenste microkrediet ontvangen. Dit wordt in september besloten door een speciale commissie die kritisch naar de plannen kijkt. Het is dus heel belangrijk om veel tijd en energie in de plannen te stoppen! Helaas konden niet alle jongeren deze tijd en energie opbrengen, hadden sommige jongeren al schulden (waardoor ze niet in aanmerking voor het krediet komen), hebben sommige jongeren geen fiadores (personen die garant staan), etc. Het blijkt dus best moeilijk om de gewenste doelgroep te bereiken. Ik ben benieuwd hoe het project zich de komende tijd verder ontwikkelt. Maar het is mooi om te zien hoe gepassioneerd de overgebleven jongeren zijn! 
 
Naast de Spaanse lessen en mijn werk bij de Fundación, heb ik erg van het stadsleven van León genoten! Heerlijk al die live muziek, salsa, feesten op straat! Vorige week dinsdag vierde León La Gritería. Een katholiek feest om de maagd Maria te bedanken dat León jaren geleden de ernstige gevolgen van een vulkaanuitbarsting van de Cerro Negro bespaard is gebleven. Het feest start elk jaar op 14 augustus om 18.00 uur. Dan klinkt er luid vuurwerkgeknal (lees soort van bommen) en gaat men de straat op om te roepen: “Quién causa tanta alegría?” en het antwoord is dan “La concepción de María!”. Net als met St. Maarten deelt men snoepjes uit en is iedereen vrolijk aan het rondwandelen.
 
Verder ben ik 2 weekenden weg geweest. Het eerste weekend ben ik samen met Ellie en Josefien, twee huisgenootjes, naar Granada en Masaya geweest. Masaya is hét shoppingwalhalla van Nicaragua, dus daar zijn de hangmatten en andere typisch Nicaraguaanse souvenirs ingeslagen. Het andere weekend ben ik samen met Ellie naar Matagalpa gereisd. Dit is een stadje meer in het Noorden van Nicaragua. Het gebied staat bekend om de cloudforests en koffieplantages. Prachtig! We bezochten la Selva Negra, waar we een organische koffietour hebben gedaan. Een gids vertelde ons over het gehele proces dat nodig is om een goede koffie te verkrijgen. En uiteraard hebben we deze ook ingeslagen! Verder lekkere kaas gegeten! Dat maken ze ook op de finca. Zelfs de Gouda :-). Was weer even thuis!
 
Het afgelopen weekend hebben we met een hele groep doorgebracht op het strand. Ik ga onze spot in Las Peñitas straks wel missen! De zee is erg ruw, er staat een sterke stroming en de golven zijn hoog, maar op één plek durven we te zwemmen. Hier is het meestal goed te doen. Bovendien zijn de garnalen in het strandtentje verrukkelijk. En het water is zo lekker warm! Ik ben benieuwd hoe warm de Noordzee is na de tropische hitte in Nederland!
 
Morgen ga ik nog uiteten met m’n Spaanse profesora en woensdag organiseert Mike, m’n Amerikaanse huisgenoot een afscheidsfeestje. Zo leuk! Donderdag vertrek ik naar Managua voor m’n laatste nacht in de tropen. Het aftellen is nu dus écht begonnen. Ik ga Nicaragua enorm missen! Heb hier een geweldige tijd gehad! Maar kijk er nu ook naar uit om weer terug te gaan en iedereen weer te zien!
 
Dus nu écht, hasta pronto!

Nicaragua – een land van contrasten 0

Posted on juli 26, 2012 by admin

Door Lucy Drost

Buenas tardes! 

Hier een berichtje uit het warme León! Er is genoeg gebeurd… In León ben ik in een warm bad terecht gekomen, in een mooi huis met fijne mensen, en inmiddels heb ik m´n draai aardig gevonden. In de ochtenden heb ik van 8 tot 12 Spaanse les bij Ileana. Een heel leuke en slimme dame die me goed helpt om vooruitgang te boeken. Verder ben ik ook begonnen met 3 middagen meelopen bij Fundación León 2000; een microkrediet organisatie die zich vooral op kansarme jongeren (jongvolwassenen) en vrouwen richt met kredietverstrekking, zodat zij een eigen micro onderneming op kunnen starten en zo over meer inkomsten kunnen beschikken en over betere leefomstandigheden.

Dit is namelijk een groot probleem in Nicaragua. Er zijn heel veel (opgeleide en niet opgeleide) Nicaraguanen (waaronder veel jongeren) zonder baan en voldoende inkomsten. Een groot deel van de bevolking leeft nog steeds onder de armoedegrens. Nicaragua is na Haiti het armste land van Latijns Amerika. Er zijn in Nicaragua dan ook veel NGO´s actief die projecten steunen om de leefomstandigheden in Nicaragua te verbeteren. Op internationaal niveau is de ontwikkelingshulp de afgelopen jaren drastisch afgenomen. Dit komt door het politieke klimaat. De laatste verkiezingen zijn, zoals men aangeeft, niet eerlijk verlopen, waardoor diverse landen hiermee zijn gestopt. Gelukkig voor de bevolking zijn er nog de NGO´s die investeren! De Vriendschapsband Utrecht – León steunt 1 van de microkredietprojecten voor jongeren tussen de 21 en 35 jaar http://www.utrecht-leon.nl/projecten-microkrediet.html.  

Een paar keer per jaar is het voor jongeren mogelijk om zich in te schrijven voor het project. Na inschrijving wordt er gecheckt of ze aan een aantal vereisten voldoen (leeftijd, woonplaats, of ze geen schulden hebben, een goede reputatie hebben, een familielid dat helpt hebben, etc, etc.) en wordt gevraagd of ze twee maanden beschikbaar zijn voor trainingen. Want de jongeren krijgen pas een krediet van maximaal 900 dollar als ze aan de trainingen hebben meegedaan en deze goed hebben afgerond én een goed ondernemingsplan hebben geschreven! Als dit het geval is krijgen ze het krediet, dat ze in een jaar moeten terugbetalen. Tijdens dit jaar wordt de jongere regelmatig bezocht door medewerkers van de Fundación, om de voortgang te monitoren en hen te helpen om hun micro onderneming te laten slagen.  

Inmiddels heb ik veel gelezen over de methodiek die de Fundación hanteert en heb ik al een eerste inschrijving mogen begeleiden. Dit was natuurlijk een beetje raar, omdat mijn Spaans nog lang niet voldoende is om alles voor 100% te begrijpen en duidelijk te kunnen communiceren, maar het was wel interessant en leerzaam. Met de dame die zich heeft ingeschreven voor het programma moesten we ongeveer 60 vragen doornemen. Binnenkort zullen de medewerkers van de Fundación een huisbezoek doen om de informatie te verifieren en pas daarna zal ze daadwerkelijk kunnen instromen. Verder heb ik een paar jongeren bezocht die deelnemen aan het project en een maand geleden hun eigen bedrijfje zijn begonnen. Ze verkopen nu huisgemaakt ijs, taarten, koffie en lunchgerechten op een leuke plek in het centrum van León. Ze vertelden dat ze heel blij zijn met de kans die het project hen heeft gegeven en dat ze ook de trainingen die ze gevolgd hebben heel interessant vonden. Vooral de cursus boekhouden was erg nuttig volgens deze drie jongens van rond de 23 jaar. Ik mocht hun zelfgemaakte ijs proeven, en ik ga zeker een keer terugkomen!  

Ik woon in een gezellig huis met een paar Amerikanen, Nicaraguanen, een Duitse, Italiaanse en Peruaan. De meesten van hen spreken al vloeiend Spaans en werken hier voor NGO´s en in het ziekenhuis. ´s Avonds gaan we met z´n allen naar Pilates en op woensdag, donderdag, vrijdag en zaterdag is er altijd wel ergens live muziek in een café. En ook daar begin ik al een beetje aan te wennen:-) León is écht een gezellige studentenstad wat dat betreft.  

Vorige week vrijdag heb ik ook kennis mogen maken met de a.i. burgemeester van León. Tijdens een viering van het 10 jarig formele bestaan van de stedenband Zaragoza-León, waar Katrin van de Vriendschapsband Urecht-León (die hier voor werkbezoek is) me voor had uitgenodigd, heb ik een typisch Nicaraguaanse avond met veel speeches, muziek, en een Nicaraguaans buffet mee mogen maken. En de burgemeester was hierbij aanwezig om deze viering bij te wonen en te speechen.  

Verder hadden m’n huisgenoten op zaterdag een afspraak gemaakt met Iván, een vriend van één van hen, en hij heeft ons een middag mee op pad genomen door de stad. In de jaren 70 en 80 was hij betrokken bij de revolutie en hij kon ons dan ook veel vertellen over de geschiedenis van Nicaragua en over wat er in León tijdens die periode is gebeurd. Complexe geschiedenis. Vandaag, 19 juli, wordt de revolutie van 33 jaar geleden gevierd. De meeste mensen zijn vandaag daarom vrij. Alle bussen in het land worden ingezet om burgers gratis naar (het onveilige) Managua te vervoeren en daar naar de President te luisteren. Het blijkt zo te zijn dat voornamelijk aanhangers van de huidige regering (FSLN) posities vervullen in overheidsinstellingen, universiteiten, scholen en ziekenhuizen. En dat deze mensen vandaag ´verplicht´ zijn om naar Managua te reizen. Als ze dat niet doen, dan zouden daar consequenties aan verbonden zijn, is mij verteld (salaris, baan?). Dat is wel bizar, wat er hier gaande is wat dat betreft…  

Maar het is hier óók heel mooi! Wat dat betreft wel een land van contrasten. De komende tijd hoop ik dan ook nog veel van Nicaragua te zien, te genieten, en te leren over de cultuur en politiek. Maar dat komt wel goed, want het is één van de favoriete onderwerpen hier! 

Tot het volgende bericht! 

Saludos, Lucy

Zonder goede counterparts bereik je niks 0

Posted on juli 18, 2012 by admin

Ik vertrek vandaag uit León richting Matagalpa en ik heb jullie over bijna al mijn werkbezoeken verteld. Ik had nog kunnen berichten van bezoeken bij een mogelijke partnerschool voor een school in Leidsche Rijn en bij een school voor speciaal onderwijs. Ook van bijeenkomsten met een nog heel nieuwe groep van lesbiennes die anderen bij hun coming-out willen helpen of met een groep jonge feministische vrouwen, een van de drie partnerorganisaties van het project ter preventie van geweld tegen vrouwen. Of van het mooie theaterstuk tegen huiselijk geweld dat ik in een plattelandswijk heb gezien. Maar ik beloof dat ik na de zomerpauze nog veel foto’s en video’s op facebook en youtube ga zetten. De dagen waren lang en druk, ik heb vaak heel vroeg in de ochtend of ‘s nachts nog achter de computer gezeten die Gioconda mij ter beschikking heeft gesteld.

Ja, dat brengt mij bij de titel van dit bericht, want zonder de grote inzet van Gioconda, haar goede planning van mijn werkbezoek, maar vooral de professionele en constructieve begeleiding van de projecten zou de samenwerking veel minder succesvol zijn. En zonder de projectcoördinators en medewerkers van de partnerorganisaties die met zo veel motivatie en vaak weinig geld aan de slag gaan, zou de stedenband Utrecht-León niet kunnen bestaan. BEDANKT!!!

Door Katrin Sturhan

 



↑ Top