Utrecht-León blog


Vierde aflevering: de gemeentelijke stedenband in het jaar 1990 0

Posted on oktober 31, 2011 by admin

Door Marius van Dongen

Er is in het jaar 1990 zoveel  gebeurd, dat ik in deze aflevering me tot dit ene jaar ga beperken.

Om te beginnen waren er natuurlijk de langverwachte verkiezingen op zondag 25  februari 1990. Wat niemand had voorzien: het Frente kwam met een nederlaag uit de bus! De eerste reacties bij de solidariteitsbeweging getuigden van teleurstelling en verslagenheid, maar dat zou niet zo blijven.

Vanuit León voorzag Desirée van de Ven ons van deskundig commentaar op de verkiezingsuitslag. In Utrecht gaf de Nicaraguaan Amilcar Molina z’n visie op de gebeurtenissen. Hun verklaringen voor de microfoon van de Stadsomroep kwamen op het volgende neer:

  1. Het Frente mocht dan de landelijke verkiezingen hebben verloren, in León hadden de Sandinisten de gemeenteraadsverkiezingen gewonnen, met 51,8 % van de stemmen. Luis Felipe Perez Caldera zou dus als burgemeester aanblijven.
  2. De UNO (Unie van Nicaraguaanse Oppositiepartijen) zou de nieuwe president gaan leveren:  Sra. Violeta Barrios de Chamorro. Zij is de eigenaar van La Prensa, een rechtse Nicaraguaanse krant.  Haar man werd in de jaren ’70 vermoord door de Nationale Garde van dictator Somoza. Violeta had zich al kort na 1979 van het FSLN losgemaakt en zij zocht meer samenwerking met de Verenigde Staten. De VS hadden haar verkiezingscampagne in 1990 dan ook stevig gesteund.
  3. De VS hadden, bij een overwinning van de UNO, een einde van de economische blokkade en van de handelsboycot van Nicaragua in het vooruitzicht gesteld. Ook had de UNO afschaffing van de dienstplicht beloofd.
  4. Alle Nicaraguanen snakten naar een betere economische situatie en naar het einde van de strijd tegen de Contra’s. Volgens een meerderheid van de Nica’s waren die verbeteringen op korte termijn eerder met een UNO- dan met een FSLN-regering bereikbaar.
  5. De aanhang van het FSLN was  nog altijd zeer aanzienlijk en tamelijk hecht. De UNO daarentegen bestond in feite uit zes verschillende politieke partijen, van uiterst rechts tot uiterst links. Het zou voor de UNO niet eenvoudig zijn om na de verkiezingen de eenheid te bewaren.

Het FSLN had vrij snel na 25 februari zijn ‘knopen’ geteld en besloten om zijn verkiezingsnederlaag te accepteren. Wel stelde men via onderhandelingen o.a. de toekomst van het nationale leger onder FSLN-commando voorlopig veilig. Op 25 april 1990 werd de regeringsmacht aan de UNO-partijen overgedragen.

In Nederland kozen de meeste solidariteitsgroepen ervoor hun samenwerking met basisgroepen in Nicaragua voort te zetten, in de hoop, dat de nieuwe UNO-bestuurders deze internationale samenwerking niet zouden bemoeilijken. Nederlandse gemeenten stelden zich op het standpunt, dat een bestuurswissel op zich, na democratische verkiezingen, geen reden was om een stedenband te beëindigen. Voor Utrecht–León lag de situatie in zoverre gunstig, dat we gewoon met dezelfde mensen onze samenwerking konden voortzetten.

Een maand na de verkiezingen kwam het Nicaragua Komitee Nederland met een soort slotverklaring. Gerrit Vledder (NKN) gaf op een persconferentie te kennen, dat de Nica’s niet alleen met hun maag, maar ook met hun hoofd hadden gestemd. “De oorlog kan nu ophouden en de economische crisis kan tot een einde komen.”

Utrecht-León wordt aantrekkelijk

Bij de León-zusterstedenconferentie van 1989 in Hamburg was afgesproken, dat gezamenlijk een bedrag van zo’n 50.000 U.S.-dollar zou worden uitgetrokken, om daarmee een klein voorbeeld-project in het kader van de sanering van de Rio Chiquito te financieren. De sanering van dit regenriviertje, dat dwars door de stad León loopt, had grote prioriteit bij de burgemeester van León. Nu was de Rio Chiquito immers een open riool, waar ook veel chemisch afval van leerlooierijen in werd gedumpt. Kortom, een gevaar voor de volksgezondheid.

De Agencia Español de Cooperación Ibero-Americana (AECI) werkte hap snap aan verbetering van de Rio Chiquito, maar León kon nog veel  extra hulp gebruiken. De projectleider van de AECI, Joaquin Gascó, is toen in maart 1990 naar Utrecht gekomen, om samen met onze directeur van de dienst Openbare Werken (DOW), Dick Stiemer, een pilot-project uit te werken. De gedachte achter zo’n pilot-project was, om ervaring op te doen met de meest noodzakelijke verbeteringen in een beperkt gebiedje langs de Rio Chiquito. Daarna zou dan een groter samenwerkingsproject kunnen worden uitgewerkt, dat aan de Europese Unie in Brussel  voor medefinanciering zou worden voorgelegd. Het bezoek van Joaquin Gascó aan Utrecht beschouw ik als een eerste bewijs, dat Utrecht-León een zekere  internationale aantrekkingskracht begon te vertonen.

Een tweede bewijs daarvan was het bezoek van de algemeen secretaris van DESWOS, de heer Dieter Baldeaux, aan Utrecht op 15 maart 1990. DESWOS staat voor Deutsche Entwicklungshilfe für Soziales Wohnungs- und Siedlungswesen. Deze organisatie uit Keulen was door de stad Hamburg op ons spoor gezet. DESWOS werkte immers samen met woningcorporaties en bouwmaatschappijen in o.a. Hamburg en DESWOS was bovendien een erkende medefinancierings-organisatie. Dat wil zeggen, dat DESWOS met ‘Spenden’ uit Hamburg een subsidieverzoek bij de EU in Brussel zou gaan indienen voor een woningbouwproject in León. Kwam dat even goed uit!

In Utrecht waren Corné Paris en Maarten de Keulenaar  in februari 1990 juist uit León teruggekeerd. Daar hadden ze goede afspraken gemaakt om voor ons toekomstig zelfbouw-huizenproject in de Reparto William Fonseca een bouwmaterialenwerkplaats te gaan oprichten en daarna een viertal model-woningen te gaan bouwen. Zodra dat klaar was zou Utrecht nog maximaal de bouw van 10 woningen kunnen financieren. Een garantie voor het daarna  op gang komen van een echte bouwstroom kon Utrecht niet geven, maar DESWOS dus wel! Vanaf eind 1991, als onze projectleider, Corné Paris, weer naar Utrecht zou terugkeren zou DESWOS het project op hun voorwaarden gaan overnemen en voortzetten.

In juni 1990 vertrokken Corné Paris, Maarten de Keulenaar, Susanne Burri en Dorine Lommen naar León. Corné en Maarten gingen samen met de Leonese projectleider, Caesar Darce, voor het zelfbouw-huizenproject aan de slag. Suzanne en Dorine konden mee als huisgenoten. Zij gingen zich in León inzetten voor een documentatie- en informatiecentrum van de AMNLAE-vrouwenorganisatie. De stichting Vriendschapsband Utrecht-León ging in Utrecht fondsen daarvoor werven. Een aardig voorbeeld van ‘hefboom’-werking binnen de stedenband.

Van 8 tot 10 juni 1990 heeft er weer een León Zusterstedenconferentie plaatsgehad. Dit keer in Salzburg. We troffen daar Luis Felipe Perez Caldera in topvorm. “Vanaf nu”, aldus Luis Felipe, “wil Frente-stad León in alles de beste zijn. Onze honkballers zijn alvast nationaal kampioen geworden!  De ontwikkelingen in León na de verkiezingen stemmen hoopvol. Als bepaalde verworvenheden van de revolutie door de UNO-regering zouden worden teruggedraaid, moet de regering rekening houden met protesten van de bevolking. En de regering houdt daar ook rekening mee, want ze zitten verlegen om succesjes; niet om problemen. Zo worden bij voorbeeld in het onderwijs geen leraren ontslagen. Weliswaar is het nieuwe lesmateriaal niet veel soeps, maar met goede leraren kun je toch nog goed onderwijs geven”, aldus Luis Felipe.

De stedenbandenconferentie stond verder vooral in het teken van het Rio Chiquito-project. De ontwikkelingen in het pilotproject werden besproken. Gemikt werd hierbij op de afvoer van het afvalwater van het gebiedje via een riool naar de nabij gelegen oxydatievijvers, in plaats van naar de rivier. Ook deelde de burgemeester van León mee, dat de Spaanse stad Alicante een bijdrage van 500.000 gulden had toegezegd voor verbetering van de leefbaarheid in een andere probleemwijk langs de Rio Chiquito. Ook beloofde de stedenband in Salzburg zich te gaan inzetten voor de formulering van een project tot aanleg van een hoofdriool langs de Rio Chiquito. De financiering hiervan zou gaan worden bepleit bij de nationale regering van Oostenrijk. Bij een volgende stedenbandenconferentie (in maart 1991 te Oxford) zou Salzburg dan met een concreet projectvoorstel op de proppen komen. Voor ons gevoel gaven al deze ontwikkelingen voldoende basis voor toekomstige Europese medefinanciering. Utrecht beloofde die weg verder te gaan verkennen, door contact op te nemen met het secretariaat van de International Union of Local Authorities (IULA) in Den Haag. Misschien wilde die wel voor ons als ‘drager-organisatie’ gaan optreden.

Sinds december 1989 was bij het bomenkwekerijproject in León Henk Boesveld opgevolgd door de Wageningse landschapsarchitecte Reintje van Haeringen. Dit had te maken met de nieuwe fase, waarin dit project was aangeland. Henk Boesveld had immers samen met z’n counterpart de kwekerij op poten gekregen en nu moest het opgekweekt materiaal worden uitgeplant, overal in de wijken en bij de scholen. Reintje ging aan de slag om Guadeloupe Laguna als counterpart hiervoor op te leiden. Het uitplanten van de eerste fruitbomen op patio’s en dergelijke was in 1989 al redelijk goed gegaan, maar met de schaduwbomen in de openbare ruimte was het minder gunstig gesteld. Daarvan bleek slechts zo’n 10 % te overleven, omdat zich er nauwelijks iemand om bekommerde en de plantjes ook werden aangevreten door het loslopend vee. Behalve het maken van beplantingsplannen bleek het dus hard nodig om maatregelen te verzinnen ter bescherming van de jonge aanplant en om ook zelf milieu-voorlichting te gaan geven of  particuliere organisaties hiertoe te gaan opleiden. Reintje en Guadeloupe lieten de moed niet zakken en gingen hard aan de slag om zich voor deze nieuwe projectfase in te zetten. Ook de afdeling Onderhoud van de gemeente León werd hierbij betrokken.

In de periode tot eind 1992 is Reintje van Haeringen voor het bomenproject blijven werken. Ze heeft in die tijd ook een plan gemaakt voor León om op langere termijn de rivieroevers  en toegangsroutes te gaan beplanten en om her en der windsingels en parkjes aan te leggen.

Een gunstig neveneffect van Reintje’s werkzaamheden ontstond, toen haar zusje Annemarie in León op bezoek kwam.  Annemarie is namelijk de bekende kinderboekenschrijfster en illustratrice. Deze bracht in 1991 een prachtig prentenboek uit: ‘De boom en het meisje’. Voor onze stedenband jarenlang een sterk promotiemiddel.  Zeker toen de stichting Vriendschapsband in 1996 bovendien kans zag om in Nicaragua een Spaanse editie hiervan uit te brengen.

Wethouder James van Lidth bezoekt León

In het voorjaar van 1990 besloten B&W, dat het een goed moment was, om op een eerdere uitnodiging van de burgemeester van León in te gaan, om zijn stad te komen bezoeken. Onze burgemeester, mevrouw Vos-van Gortel, liet in eerste instantie de eer aan de wethouder voor Internationale Solidariteit, James van Lidth de Jeude, maar ze gaf wel aan, na de voltooiing van het huizenproject, zelf ook bereid te zijn León te gaan bezoeken. Dit was dus een positief keerpunt in de houding, die de burgemeester van Utrecht tot dusverre tegenover de stedenband had aangenomen (zie aflevering 1).

In de tweede helft van augustus gingen James van Lidth en ik samen voor een officieel bezoek naar León. We hebben dit bezoek allebei als buitengewoon positief ervaren. Er waren in die tijd nog geen  gemakkelijke mogelijkheden om geld naar Nicaragua over te maken. Zodoende hadden James en ik allebei grote bedragen aan cash dollars bij ons, met name voor de financiering van het huizenproject. Gelukkig verliep onze reis probleemloos.

Als je in Nicaragua over dollars beschikte kon je daar in augustus 1990, door de gierende inflatie van de lokale munt, iedere dag meer cordoba’s voor krijgen. Toen we aankwamen waren 5 miljoen cordoba’s nog 10 gulden waard. Twee weken later, bij ons vertrek, waren 5 miljoen cordoba’s nog maar 7 gulden.

 Ons programma in León was intensief en uitgebreid. Ik ga dat niet uitvoerig beschrijven. Ik beperk me tot een paar hoogtepunten:

  1. James had zich voorbereid op een begroetingsspeech in het Spaans. Dat maakte indruk bij de gemeenteraad van León. Verder werden we al die tijd voorbeeldig begeleid en getolkt door Desirée van de Ven.
  2. In de Rpto. William Fonseca werden we overstelpt met bloemen. Ook konden we daar vaststellen, dat Corné Paris en Maarten de Keulenaar intussen toe waren aan de feitelijke bouw van de bouwmaterialenwerkplaats. Daarin zouden korte tijd later aardbevingsbestendige betonstenen en  mooie dakpannen gefabriceerd gaan worden.
  3. Langs de nieuwe weg van de Rpto. Benjamin Zeledon naar de Rpto. William Fonseca werd op 25 augustus door James van Lidth de eerste van een reeks bomen geplant. Op diezelfde dag werd in León bij Gera Hoogland en Ton Daggers een dochter geboren!
  4. We onthulden ook een nieuwe lantaarnpaal langs de zojuist genoemde weg, met daarop een lamp, die op zonne-cellen werkte. Een cadeau van Willem Luijten, die oorspronkelijk in beeld was als Utrechts projectleider voor het huizenproject. Helaas liet de techniek van deze lamp ons aanvankelijk in de steek. En later, toen hij intussen wel werkte, werd hij helaas door dieven ontvreemd. Grote pech!
  5. Bij een dependance van het Ministerie van Gezondheid (MINSA) in León werden afspraken gemaakt over de start van een epidemieregistratie project. De Utrechtse GG&GD-arts Wim Gorissen zou, samen met z’n counterpart Rafael Espinoza, in de periode 1990 tot 1993 een programma gaan uitvoeren, dat zou leiden tot een aanmerkelijke verbetering van de registratie van besmettelijke ziekten in León.
  6. Gera Hoogland had een mooi T-shirt ontworpen voor de promotie van het bomenproject. In León werden deze shirts uitgedeeld aan iedereen, die zich voor het bomenproject wilde inzetten. Ook via programma’s van Radio Venceremos kon je meedoen aan  het project en een T-shirt winnen. James en ik kochten een aantal van de T-shirts, ter bestrijding van de productiekosten. Terug in Nederland zijn deze op een buurtfeest van de Springweg e.o. voor 20 gulden per stuk doorverkocht. De opbrengst is naar het Vrouwendocumentatiecentrum gegaan.
  7. Bij dit Vrouwencentrum werden we bijgepraat over de vrouwen-emancipatie in León en konden wij alle aanwezigen verrassen met een persoonlijk sieraad.
  8. In de fietsenwerkplaats informeerde projectleider Ton Daggers ons over dit fraaie particuliere initiatief van het NKN en de stichting Vriendschapsband. De productie van fietsen (door oorlogsinvaliden) lag intussen op een aantal van 45 stuks per week. Wij kochten een paar fietsen, om aan de gemeente León als dienstfietsen cadeau te doen. Voor Marcia Mantilla (van de afdeling Cooperación Externa) was dat een uitkomst, want haar fiets was onlangs gestolen en (ook al ben je juriste) dan wil dat in León nog niet zeggen, dat je meteen het geld hebt om een nieuwe fiets te kopen.
  9. Bij de Rio Chiquito maakten we een inspraakbijeenkomst mee in de openlucht. De bewoners van percelen langs de oevers werd gevraagd om een smalle strook grond af te staan voor de aanleg van een stuk riolering, in het kader van het pilotproject. De mensen stelden zich daarbij heel constructief op. James van Lidth kreeg de gelegenheid de bewoners spontaan toe te spreken. Dat werd gewaardeerd. “Het is alsof ik onze eigen burgemeester hoor spreken”, zei één van de aanwezigen.
  10. In Managua bezochten we de Nederlandse Ambassade. Later bleek dat goed uit te pakken, want op voorspraak van de ambassadeur bezocht minister Jan Pronk in 1993 de stedenbandprojecten in León, toen hij een officieel bezoek aan Nicaragua bracht.
  11. In Managua hebben we ons ook nog laten bijpraten over de versterking van het lokaal bestuur in Nicaragua, tijdens een bezoek aan de Sandinistische Vereniging van Gemeenten ‘Popol Na’.  Het was ons duidelijk, dat men daar – ondanks de verkiezingsnederlaag – bepaald niet bij de pakken neerzat. Popol Na stuurde aan op stabiliteit in het land. Het zag zeker ook ruimte voor beïnvloeding van het beleid in de gemeenten. Conclusie: Het Frente blijft in Nicaragua een politieke factor van groot gewicht.

Evaluatie en nazorg

Terug in Nederland is er hard gewerkt aan een diaklankbeeld over ons bezoek, ter vertoning aan de leden van de gemeenteraad en aan andere belangstellenden in Utrecht. Ook werd een B&W-besluit in de vorm van een ontwerp-raadsvoostel voorbereid, om na dit geslaagde bezoek het ijzer te gaan smeden, nu het heet was. Bovendien schreef James van Lidth een mooie brief aan z’n partijgenoot Jan Pronk, de minister van Ontwikkelingssamenwerking. Deze brief (in de wandelgangen ook wel bekend als de ‘Beste Jan’-brief) heeft onze goodwill in Den Haag verder vergroot.

Op 20 november besluiten B&W om aan de gemeenteraad te gaan voorstellen voor 3 jaren  door te gaan met de stedenband Utrecht-León (periode 1991 t/m 1993). Hiervoor willen B&W in totaal 600.000 gulden beschikbaar stellen.

Begin 1991 neemt de gemeenteraad dit voorstel over en stelt ook een aantal criteria vast om de stedenband hieraan in de toekomst te toetsen:

  • Er moet voldoende steun en draagvlak in Utrecht aanwezig blijven.
  • Er moet in Utrecht aan bewustwording worden gewerkt, zowel door de gemeente als door de stichting.
  • In León moet sprake blijven van een inzet voor een democratische samenleving.
  • In León moet sprake blijven van een inzet voor een sociaal rechtvaardige samenleving, waar het belang van de zwakkeren extra wordt beschermd.

Begin 1991 laat minister Pronk weten genegen te zijn om met gemeenten te gaan samenwerken. Hij wil dat via de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) gestalte gaan geven en ook het Landelijk Beraad Stedenbanden Nederland–Nicaragua (LBSNN) kan daarin, als een soort onderaannemer, een rol spelen. Individuele gemeenten, zoals Utrecht, kunnen in de toekomst dan via de genoemde koepels hun projectvoorstellen indienen. Er zal daarvoor een apart budget worden gereserveerd. Minister Pronk nodigt Utrecht uit voor zichzelf te gaan uitzoeken, waar haar grote kracht ligt met betrekking tot de stedelijke armoedebestrijding en de verbetering van de leefbaarheid  in haar zusterstad.

Naar de woorden van James van Lidth was het succes van de stedenband Utrecht-León vooral te herleiden tot een ‘toevallige samenloop van kwaliteiten’. Vanaf nu spreekt hij met zijn betrokken ambtenaren af om ernaar te streven de stedenband meer structureel vorm te gaan geven.

De openbare vertoning van het eerder vermelde diaklankbeeld had plaats op 26 november 1990. Zo’n 60 bezoekers, waaronder diverse raadsleden, kwamen ervoor naar het stadhuis. De reacties waren erg meelevend en warm. De stadhuis catering had voor heerlijke ‘Nicaraguaanse’ hapjes gezorgd. Een mooie afsluiting van een onvergetelijk bezoek.

Derde aflevering: De gemeentelijke stedenband van 1988 tot 1990 0

Posted on oktober 13, 2011 by admin

Door Marius van Dongen

In maart 1988 begon ik dus aan m’n nieuwe taak in het stadhuis van Utrecht: de coördinatie van de stedenband Utrecht-León. Eerst had ik een werkplek in de Neudeflat, maar al betrekkelijk snel kreeg ik een kamertje in het stadhuis. Lekker dicht bij het bestuur. Wethouder James van Lidth de Jeude was toen verantwoordelijk voor de ‘internationale solidariteit’. We kenden elkaar al goed, want ik had voor ‘inspraak & democratisering’ ook nauw met hem samen gewerkt. Het klikte prima.

Voor de periode 1988 tot 1990 zijn voor de stedenband drie onderwerpen van veel belang geweest. Ten eerste:  de voortgang van de projecten in León. Ten tweede: publiciteit over de stedenband. Ten derde: versterking van de coördinatie.

De voortgang van de projecten in León.

Eind 1987 had projectleider Lambert Koops het project in León op de rails gezet en was er ook een geschikte plek gevonden voor de toekomstige kwekerij, namelijk: grenzend aan een stukje park op een voormalig landgoed van oud-dictator Somoza. Dit parkje was na de revolutie genoemd naarArlen Siu, een heldin uit de vrijheidsstrijd. Er was ook een soort kinderboerderij bij het park.

In 1988 is Robert Marks, een student van de Agrarische Hogeschool, als stagiair 4 maanden in León aan het werk geweest. Er werd toen uiteraard ook Leonees kwekerijpersoneel aangesteld voor de samenwerking met Robert Marks. Na deze stage was alles in gereedheid om echt met het kweken van fruit- en schaduwbomen (en sierheesters) van start te gaan. Om dit proces te begeleiden vertrok medio 1988 Henk Boesveld voor anderhalf jaar naar León. Henk had zojuist zijn studie aan de Agrarische Hogeschool voltooid en rolde op deze manier meteen in een interessante eerste baan. Met steun van Desirée van de Ven ter plekke en met Lambert Koops op de achtergrond in Utrecht, deed Henk uitstekend werk in León. Zijn counterpart Carlos Castellón kon zeer geleidelijk  in zijn voetsporen treden en de leiding van de kwekerij overnemen.

Een ander project, dat op de korte termijn resultaat opleverde, betrof het duidelijk in kaart brengen van het bestaande rioleringsnetwerk. Twee studenten meetkunde en cartografie van de Utrechtse HTS, gingen als stagiairs bij de afdeling Riolering van de gemeente Utrecht voor een aantal weken naar León. Tot hun verrassing bleek die gedetailleerde kaart van het bestaande riool toch wel te bestaan. Dus konden ze, na die ontdekking, meteen aan de slag met hoogtemetingen, die later van nut zouden zijn bij de aanleg van riolering in diverse wijken. Bij hun terugkeer naar Utrecht hebben ze hun meetinstrumenten aan de stad León gedoneerd. De kennis om daarmee om te gaan was in voldoende mate aanwezig.

Voor het opstarten van een (zelfhelp-)huizenbouwproject in de wijk William Fonseca was er even wat meer voorbereidingstijd nodig. De beoogde projectleider, Willem Luijten, kreeg namelijk een andere baan. Hij vertrok bij de afdeling Bouwkunde van de gemeente om bij een projectontwikkelaar te gaan werken. We moesten dus op zoek naar een opvolger voor hem. Gelukkig was Corné Paris, hoofd Bouwkunde, bereid om de vacante plek voor een paar jaar in te nemen. Corné ging energiek aan het werk om het project in detail voor te bereiden en samen met Corné ging ik bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken (BuZa) proberen de financiering te regelen. Er bestond op dat moment nog geen aparte subsidieregeling voor dit soort gemeente-initiatieven. Uiteindelijk konden in het voorjaar van 1990 alle eindjes aan elkaar worden geknoopt, dankzij de medewerking van BuZa, de Utrechtse Woningcorporaties en de afdeling Bouwkunde.

Het project zou gaan bestaan uit de realisatie van een werkplaats in de wijk William Fonseca, waar bouwstenen en dakpannen zouden worden gemaakt. Daarnaast zouden er twee bouwteams van toekomstige bewoners worden geformeerd, waarmee  twee modelwoningen zouden worden gerealiseerd. De hoop bestond, dat er daarna geleidelijk een proces op gang zou komen, waarmee de realisatie van meerdere woningen door middel van zelfbouw mogelijk zou worden. Op die manier zou een aantal mensen op een goedkope manier aan een nieuw huis kunnen worden geholpen en zou men bovendien enigszins een vak kunnen leren.

Als eerste begin hielp Utrecht de gemeente León met de medefinanciering van de aanleg van een betere weg vanuit de stad naar William Fonseca. Deze wijk was namelijk destijds midden in de (voormalige) katoenplantages ontstaan, zonder een fatsoenlijke verbinding met de stad.

Corné Paris vond Maarten de Keulenaar bereid om hem in León als assistent-projectleider van het huizenproject te gaan bijstaan. Maarten had ervaring, dankzij de bouw van een buurthuis in William Fonseca door een particuliere Utrechtse bouwbrigade in de loop van 1986. Bovendien stemde BuZa ermee in, dat ook de vrouw van Corné Paris en hun huisgenoot Dorien Lommen mee werden uitgezonden. Zij zouden zich anderhalf jaar in León gaan inzetten voor particuliere projecten op het gebied van de vrouwenemancipatie.

Ruime publiciteit over de stedenband.

Eind maart 1989 waren er al eens een paar positieve artikelen verschenen in het Utrechts Nieuwsblad (UN) over de stedenband Utrecht-León. Medio 1989 was het zover dat het UN twee mensen naar León stuurde, om de situatie ter plekke onbevangen te bekijken en te verslaan. Ruud Buurman (raadsverslaggever) en Michael Kooren (fotograaf) hebben daarna drie pagina-grote verslagen  verzorgd in de zaterdagkranten van 24 juni, 1 juli en 22 juli 1989. Het eerste artikel  ging over de stad León in het algemeen. Het tweede over de diverse ‘Utrechtse’ projecten. Het derde over de gecompliceerde politieke situatie in Nicaragua rond de viering van de 10e verjaardag van de Revolutie op 19 juli.

Vooral alle enthousiaste verhalen over de projecten, voorzien van schitterende foto’s, maakten de nodige positieve reacties los. Er werd ook niet alleen aandacht besteed aan de gemeentelijke samenwerking, maar ook aan de samenwerking van de Stichting Vriendschapsband en aan andere particuliere projecten, zoals de fietsenwerkplaats, waar Ton Daggers  mechaniciens opleidde en (tweedehands) fietsen voor gebruik gereed werden gemaakt. Dit was een project van het Nicaragua Komitee Nederland.

Ook de regionale en de lokale radio in Utrecht gingen belangstelling tonen voor de stedenband. Ik werd in september 1989 uitgenodigd voor een vraaggesprek door de bekende zangeres Conny van de Bos, die ook optrad als presentratrice van een talkshow op  Radio Utrecht.  En vanaf  juli 1989 was de lokale ‘Domroep’ maandelijks al veel aandacht aan Utrecht-León gaan besteden. De drijvende kracht daarachter was Carry-Ann Tjong Ayong (oud-statenlid en gemeenteraadslid voor GroenLinks).

Al deze  publiciteit heeft er sterk aan bijgedragen, dat de stedenband stevig op de kaart kwam te staan.

Versterking van de coördinatie.

Ontwikkelingssamenwerking staat of valt met een deugdelijke coördinatie en afstemming. Als coördinator moet je daarvoor overzicht hebben en je moet je partners en je netwerk goed kennen. Wat Utrecht-León betreft heb ik het geluk gehad,  dat er al in mei 1988 een grote internationale stedenbandenconferentie werd georganiseerd in Amsterdam. Het Nicaragua Komitee en het kersverse Landelijk Beraad Stedenbanden Nederland-Nicaragua werkte daarbij nauw samen. Het vond plaats van 25 tot en met 28 mei, waarbij er op 26 mei gelegenheid was voor de stedenbandnetwerken rond één bepaalde Nicaraguaanse plaats om apart samen te komen. Zo troffen op 26 mei in Utrecht de burgemeester van León (Luis Felipe Perez Caldera) en vertegenwoordigers uit diverse zustersteden elkaar, om elkaar beter te leren kennen en informatie uit te wisselen. Eigenlijk was dit al de tweede keer dat er zo’n León-zusterstedenconferentie plaats had. In 1987 had de stad Oxford namelijk ook al zo’n treffen georganiseerd, waar Utrecht  aan had deelgenomen. Maar in 1988 kon Utrecht dus zelf gastheer zijn en was er volop gelegenheid om te netwerken.

De stad León hechtte gelukkig veel belang aan goede coördinatie. Dat moest ook wel met zoveel zustersteden. Genoemd kunnen onder andere worden: Oxford (UK), Lund (Zweden), Tampere (Finland), Hamburg (D), Salzburg (Oostenrijk), New Haven (CT/USA) en later zijn daar nog Spaanse steden zoals Alicante en Zaragoza bijgekomen. Ook het Tsjechische Brno is later ingehaakt, maar daar kom ik nog wel apart op terug.

De burgemeester van León heeft ook ook steeds een naaste medewerker belast met de coördinatie van al die internationale samenwerking. Eind jaren ‘80 was Bernardo Gonzalez daarvoor verantwoordelijk. Hij heeft bij voorbeeld samen met de Nicaragua Verein Hamburg de León-zusterstedenconferentie  van 16 tot 18 juni 1989 in Hamburg voorbereid. Toen hij daarvoor in maart 1989 Hamburg bezocht, heeft hij ook Utrecht aangedaan. Voor ons was dat een goede gelegenheid om alle ontwikkelingen goed door te praten. Men moet zich immers realiseren, dat de computer, het internet, de e-mail en zelfs de fax nog niet of nauwelijks bestonden. Maar gelukkig hadden we natuurlijk wel Desirée van de Ven in León. Zij ontpopte zich geleidelijk als de ideale contactpersoon voor de gemeente Utrecht.

Als 1989 ten einde loopt werpen de verkiezingen in Nicaragua van 25 februari 1990 hun schaduw al vooruit. We leven daar met een redelijk gerust hart naartoe. Maar over die verkiezingen en hun gevolgen voor Nicaragua en voor de stedenband een volgende keer meer.

 

Tweede aflevering: De gemeentelijke stedenband van 1986 tot 1988 0

Posted on september 30, 2011 by admin

Door Marius van Dongen

Hans Versnel, de eerste coördinator van de gemeentelijke stedenband met León, had niet-westerse sociologie gestudeerd. Daarnaast  had hij ervaring met ontwikkelingssamenwerking in Indonesië. Bovendien kende hij de weg zowel in een ‘ontwikkelingsland’ als in de gemeente Utrecht.

Hans ging snel aan de slag met het voorbereiden van twee oriënterende ambtelijke missies: één vanuit de ‘harde’ en één vanuit de ‘zachte’ sector van de gemeente. Daarvoor waren geschikte kandidaten aanwezig. Namelijk ten eerste: Dick Stiemer die directeur was van de dienst Openbare Werken. Dick had voor de FAO gewerkt in o.a. Ivoorkust. Ten tweede: Willem Middelhoven. Deze werkte bij de centrale afdeling Personeelszaken en was, dankzij familiebanden, goed bekend met Latijns Amerika.

Nicaragua was destijds nog dagelijks wereldnieuws. Na een vliegende start na de revolutie in 1979 ging het niet meer zo goed met de wederopbouw in het land. Er was verdeeldheid ontstaan binnen de partijen die destijds dictator Somoza hadden verdreven. Voor de Verenigde Staten was dat aanleiding om de meer rechtse politieke krachten (openlijk en in het geheim) te gaan steunen in hun verzet tegen het FSLN. Een burgeroorlog (aan de grenzen van het land) was het gevolg. Bovendien gingen in de havenstad Corinto grote olievoorraden door sabotage verloren en legden de VS een blokkade voor de havens van Nicaragua. De (burger)oorlog  en het beleid van de VS maakten de ontwikkeling van een gezonde economie onmogelijk.

Als ambtenaren stelden we ons overigens steeds politiek neutraal op. De nadruk lag voor ons op technische en humanitaire ondersteuning van de gemeente León. Eventuele politieke stellingname lieten we over aan het Nicaragua komitee en aan de particuliere stedenbandorganisaties.

Omdat de toestand in León voldoende veilig was, voerde de gemeente Utrecht, ondanks alle spanningen in Nicaragua, in 1986 haar eerste verkennende missies uit. In León boden Desirée van de Ven en Fieke Kersten daarbij goede ondersteuning.

Met name de missie van civiel ingenieur Dick Stiemer was een  succes. Deze bood een goed inzicht in de prioriteiten van de gemeente León. Bovendien kwam Stiemer snel met een aantal concrete samenwerkingsvoorstellen voor de korte en de lange termijn. Voor de korte termijn: Gereedschappen inzamelen en per container versturen; de riolering van de stad León in kaart brengen; de bouw van latrines in wijken zonder riolering meefinancieren; een gemeentelijke bomenkwekerij opzetten. Voor de langere termijn: een zogenaamd zelfhelp-huizenbouwproject voorbereiden en daarna ook systematische stadsplanning helpen opzetten. De adviezen van Dick Stiemer waren mede opgesteld vanuit kennis van wat de gemeente Utrecht zoal aan internationale expertise in huis had en ze hielden ook rekening met praktische haalbaarheid.

Wat betreft de missie van Willem Middelhoven, op het gebied van cultuur en maatschappelijke aangelegenheden, besloot de gemeentelijke werkgroep Utrecht-León om deze terreinen wat minder  prioriteit te geven en meer aan het particulier initiatief over te laten.  Het opzetten van een aantal technische samenwerkingsprojecten was al ambitieus genoeg. Wel  werd afgesproken, dat op wat langere termijn een project op het gebied van de gemeentelijke gezondheidszorg zou kunnen worden uitgewerkt. De directeur van de GG&GD wilde daarover wel meedenken.

Als eerste organiseerde Hans Versnel daarna in Utrecht een inzamelingsactie voor gebruikt gereedschap. Dankzij sponsoring door de Fa. Geijtenbeek kon er al betrekkelijk snel een container hulpgoederen worden verzonden. Bij dit alles kreeg Hans Versnel ook hulp van Hans Sakkers, een nieuwe collega bij de Centrale  Afdeling Personeelszaken. Veel later (in 2005) is hij de chef geworden van een nieuwe afdeling voor Bestuurlijke, Internationale en Subsidiezaken op het stadhuis. Maar dit even terzijde.

Ook op het terrein van de medefinanciering was Hans Versnel succesvol. Zo vond hij de grote medefinancieringsorganisatie ICCO bereid om te gaan investeren in de toekomstige bomenkwekerij van León.  Bij de gemeente werd het toenmalige hoofd van de afdeling Groenvoorziening, Lambert Koops, de projectleider voor dit bomenproject.

Daarnaast  zegden de Utrechtse woningcorporaties 35.000 gulden steun toe bij de financiering van het toekomstig huizenbouwproject. Als gemeentelijk projectleider hiervoor werd  Willem Luijten van de afdeling Bouwkunde bereid gevonden. Samen met Maarten de Keulenaar van de Stichting Vriendschapsband reisde hij naar León en zette de contouren voor een huizenbouw-project in de wijk William Fonseca op papier. In deze wijk had een Utrechtse bouwbrigade kort daarvoor al een mooi  ’casa comunal’ (gemeenschapshuis) gerealiseerd.

Henk Schuurman, het hoofd van de afdeling Rioleringen, kwam ook tot de formulering van een concreet project, gericht op het in kaart brengen van het bestaande rioleringsnetwerk van León. Er was hiervan namelijk in León geen enkele deugdelijke kaart. Alles gegevens zaten in het hoofd van één ambtenaar, maar wanneer die zou wegvallen, zou de kennis  verdwenen zijn. Tegelijk werd er  geld gereserveerd voor een bijdrage in de aanleg van latrines in nieuwe (sloppen)wijken zonder riolering. León had hiervoor een programma lopen, dat best wat extra middelen kon gebruiken.

In de loop van 1987 organiseerde de stichting Vriendschapsband een bezoek van twee hoge functionarissen van de gemeente León aan Utrecht. Wethouder van Lidth ontving de delegatie  op het stadhuis. Bij die gelegenheid werden de klokken gelijk gezet en werden ook meer concrete afspraken gemaakt over het huizenbouwproject, dat Utrecht  met León wilde gaan uitvoeren .

Ook  werd aan onze gasten in de raadszaal een presentatie gegeven over enkele interessante aspecten van het Utrechtse gemeentebeleid, waaronder: democratisering en inspraak. Ik mocht deze presentatie verzorgen. Ik herinner me dat ik toen onder andere heb verteld over een parallel in de Nicaraguaanse en de Nederlandse geschiedenis: namelijk de overtuiging in onze beide landen, dat de tirannie moet worden verdreven. Ook heb ik toen het  belang van decentralisatie (dat wil zeggen: van sterke steden en gemeenten) benadrukt voor de ontwikkeling van een vitale democratie in een land.

De eerste twee jaren van de stedenband vlogen voorbij. Gelukkig besloten B&W en de gemeenteraad om er opnieuw voor twee jaren mee door te gaan. De eerste resultaten stemden immers hoopvol. Er was alleen één probleem. Vanwege personele bezuinigingen bij de gemeente Utrecht kon Hans Versnel, als extern adviseur,  geen vervolgopdracht krijgen. Hans zocht en vond ander werk via Buitenlandse Zaken. Hij zou vanaf mei 1988 worden uitgezonden naar Bangalore, India.  Binnen  de gemeentelijke organisatie werd gezocht naar een nieuwe coördinator. Vanaf maart  1988 kon ik die taak op me gaan nemen. Als voormalig chef van de sectie Inspraak had ik genoeg ervaring om met actieve bewoners- en andere belangengroepen in de stad te communiceren. Bovendien sprak ook mijn  ervaring met democratisering van het lokaal bestuur in mijn voordeel.  Hans Versnel kon mij  tussen maart en mei 1988, nog verder de weg wijzen in de wereld van de ontwikkelingssamenwerking.

Een stedenband die vriendschapsband moest heten 0

Posted on september 08, 2011 by admin

Door Marius van Dongen

In 1974 kwam ik bij de gemeente Utrecht werken als beleidsambtenaar voor inspraak en democratisering. Er braken nieuwe tijden aan. Een paar maanden later nam burgemeester Van Tuyl z’n ontslag. De locoburgemeester nam z’n portefeuille over, met daarin o.a. voorlichting en inspraak. Na de verkiezingen in 1976 kreeg de nieuwe burgervader (Henk Vonhoff) voorlichting terug, maar de PvdA (Hans Rosenberg) pikte inspraak in. Dat was immers een politiek gevoelig item. In 1977 stelden B&W de vuistregels voor inspraak vast. Uit een illustratie in die nota (zie foto 1) zou je kunnen afleiden, dat het tussen Vonhoff en Rosenberg koek en ei was, maar de werkelijkheid was anders. We beleefden (ook) toen een stevige polarisatie tussen links en rechts. Zo was er bijv. een door Vonhoff gekoesterde stedenband met Hannover (Jaarbeurssteden). Maar de progressieve partijen vonden die samenwerking te elitair en te veel van bovenaf.

Een meerderheid in de gemeenteraad besloot die stedenband met Hannover te beëindigen. Er kwam een stichting Internationale Solidariteit Utrecht (SISU) voor in de plaats. Men wilde daarmee de particuliere internationale samenwerking op het vlak van mensenrechten en ontwikkelingshulp gaan bevorderen. Het initiatief  ‘van onderop’ van de stichting Vriendschapsband Utrecht-León (1983 e.v.jaren) paste wel in dat kader, maar er ontstond politiek geharrewar over de (actieve of passieve) rol van de gemeentelijke organisatie bij zo’n stedenband.

Een fraai tijdsdocument uit deze periode is het ‘Utrechts Diajournaal’ over de banden tussen Utrecht en León op http://www.youtube.com/watch?v=FdS6tkFUOHc.

Toen uiteindelijk een meerderheid van de raad op 19-12-1985 de knoop doorhakte over de gemeentelijke betrokkenheid bij die vriendschapsband, rolde er een besluit uit, waarbij een eigen actieve rol van de gemeente mogelijk werd. Maar: de samenwerking van de gemeente Utrecht met de gemeente León werd voorlopig beperkt tot 2 jaar. En het mocht (nog) geen stedenband heten.

De VVD was tegen. Ontwikkelingssamenwerking was in hun ogen geen taak voor de gemeente. Bovendien zat hen nog altijd de beëindiging  van de band met Hannover dwars en ook zagen ze totaal geen heil in samenwerking met die linkse revolutionaire Sandinisten in Nicaragua. Toen Vonhoff rond 1985 als burgemeester werd opgevolgd door mw. Vos-van Gortel (VVD) bleef de situatie voorlopig zo, dat de burgemeester van Utrecht een zekere afstand bewaarde tot de vriendschapsband met León. Dat motiveerde de voorstanders extra om er iets moois van te gaan maken.

Er kwam in 1986 een gemeentelijke werkgroep Utrecht – León, waarin de overall samenwerking (particulier én gemeentelijk) werd gecoördineerd. Behalve de PvdA, D’66 en de PSP, stond ook het Utrechtse CDA hier helemaal achter.

Wethouder Velders, in de loop van 1986 opgevolgd door wethouder Van Lidth (beiden PvdA) waren voorzitter van de werkgroep. Hans Versnel (OS-consultant en oud-PvdA-gemeenteraadslid) werd voor 2 jaar gecontracteerd als gemeentelijk coördinator. Hij trok de kar!

Prins Claus Prijs voor Nicaraguaanse theatermaker 0

Posted on september 06, 2011 by admin

Het werk van Nidia Bustos (1952, Nicaragua) dient al 31 jaar als inspiratie voor campesinos (kleine boeren) die hun gemeenschappen door middel van culturele activiteiten willen ontwikkelen. Zij werden onderdrukt door het meedogenloze Somoza regime (1936-79). Na de geslaagde Sandinistische revolutie erkende Bustos het belang van het culturele werk van de campesinos voor de wederopbouw van agrarische gemeenschappen. De door haar in 1980 opgerichte MECATE (Campesino-Beweging voor Artistieke en Theatrale Expressie) wordt gerund door campesinos en richt zich op uitvoeringen in dorpen. MECATE maakt met zeer beperkte middelen gebruik van de verhalen, liedjes, gedichten, kostuums en rekwisieten uit de culturele erfenis van de campesinos. De geïmproviseerde grappige toneelstukken zijn populair in de hele gemeenschap en wakkeren discussie aan over relevante kwesties als herbeplanting, de preventie van malaria, de invloed van handelsverdragen op gemeenschappen, de praktijken van grondspeculanten of de meest recente landbouwtechnieken. De performances versterken lokale identiteit/waarden, moedigen zelfexpressie aan, adresseren ingewikkelde kwesties en bevechten onrechtvaardigheid, stimuleren het zelfvertrouwen en de trots van gemeenschappen en versterken hun maatschappelijke cohesie.

MECATE bestaat inmiddels uit meer dan 80 theater- en muziekgroepen. Er zijn regionale bijeenkomsten, workshops, uitwisselingen, rondreizende campagnes uit solidariteit met de campesinos, samenwerkingsprojecten, nationale evenementen als poëziecompetities en muziekfestivals. MECATE publiceert gedichten, liedjes en verhalen in boekjes en tijdschriften en overbrugt de kloof tussen rurale gemeenschappen en stedelijke instellingen. Nidia Bustos, de directeur van MECATE is ook lid van Fundación Luciérnaga, een non-profit organisatie werkzaam in communicatie voor ontwikkeling.

Het Prins Claus Fonds eert Nidia Bustos voor haar gulheid en zelfopoffering ten bate van de kracht en zelfverwerkelijking van de campesino gemeenschappen, voor de manier waar op zij inheemse culturen vernieuwt, en voor haar diepgaande positieve invloed op maatschappelijke en culturele ontwikkelingen in Nicaragua.

Prijs voor meest maatschappelijk verantwoorde ondernemer van Utrecht 0

Posted on september 06, 2011 by admin

Het Centrum voor Internationale Samenwerking  Utrecht (COS Utrecht ) organiseert in 2011 samen met de gemeente Utrecht de prijs voor Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen: de MVO-prijs. COS Utrecht heeft deze prijs in het leven geroepen, omdat zij maatschappelijk verantwoord ondernemen in de gemeente Utrecht wil stimuleren. De gemeente ondersteunt dit initiatief omdat het past bij de ambitie van het gemeentebestuur om Utrecht in 2030 klimaatneutraal te laten zijn.

Bij maatschappelijk verantwoord ondernemen stemmen ondernemers hun bedrijfsvoering af op klimaat (ecologie), samenleving (sociaal-cultureel) en milieu (economie), ook wel People, Planet en Profit genoemd. De MVO-prijs is een prijs voor ondernemingen die succesvol zijn door maatschappelijk verantwoord te ondernemen. Via deze prijs komen deze ondernemingen beter in beeld en kunnen zij andere bedrijven inspireren. Alle bedrijven in Utrecht zijn met een brief geïnformeerd over de MVO-prijs. De MVO-prijs biedt ondernemers in de gemeente Utrecht een mooie gelegenheid om hun product of dienst onder de aandacht te brengen. 

Na de aanmeldperiode beoordeelt een onafhankelijke vakjury de inzendingen en selecteert hieruit zes bedrijven die meedingen naar de MVO-prijs. Deze zes genomineerden staan van 27 juli tot 15 september op de website www.mvoprijs.nl. Het publiek in Utrecht kiest in die periode via een online publieksstemming de drie finalisten. De drie bedrijven met de meeste stemmen, gaan door naar de finale. Uiteindelijk maakt de jury aan de hand van het aanmeldformulier en een bedrijfsbezoek de keuze voor de winnaar. De prijs wordt uitgereikt op 13 oktober 2011 aan de meest vooruitstrevende ondernemer op het gebied van MVO in de gemeente Utrecht. 

Het bijzondere van de MVO-prijs is, dat het om een landelijk landelijk project gaat. De prijs wordt in meerdere plaatsen in het land uitgereikt. Mede om die reden zal bij de uitreiking van de prijs in oktober 2011 landelijk bekendheid worden gegeven aan de prijswinnaars. 

Meer informatie staat op www.mvoprijs.nl

Alarm over moord op vrouwen 0

Posted on juni 06, 2011 by admin

De afgelopen week was het raak met de afschuwelijke verhalen over de moord op vrouwen. In het hoofd geschoten, met een schroevendraaier bewerkt tot ze dood was, verkracht en gewurgd en daarna op de vuilnisbelt gegooid. Allemaal vermoord door bekenden hetzij echtgenoot, ex-echtgenoot, familie of bekende.

Het Netwerk van Vrouwen tegen Geweld sloeg alarm en meldde dat er dit jaar al 40 vrouwen zijn vermoord. In 2010 was het totaal 89. Het Netwerk gebruikt het woord feminicidio, moord op vrouwen omdat ze vrouw zijn. Er spreekt haat uit tegen vrouwen. De vrouwenorganisatie is van mening dat er te zwak  opgetreden wordt tegen de daders en dat de slachtoffers te weinig recht wordt gedaan.

Patricia Orozco van de Autonome Beweging van Vrouwen spreekt in de krant El Nuevo Diario van een ernstige situatie, al zegt ze niet te denken dat het aantal moorden zo sterk gestegen is in vergelijking met andere jaren. Het is eerder zo dat het aantal aanklachten sterk toeneemt. Een vertegenwoordigster van de Commissaraten voor Vrouw en Kind van de Nationale Politie verklaarde dat er veel gedaan wordt aan preventie van huiselijk geweld. Ze riep op om sneller een aanklacht in te dienen als er sprake is van agressie of bedreiging.

Bron: Johan Biemans op http://www.ssnm.nl/nicalog/

Ortega op kop in peiling verkiezingen 0

Posted on juni 06, 2011 by admin

De huidige president Daniel Ortega (FSLN), die overigens illegaal kandidaat is, kreeg in de nieuwste peiling voor de presidentsverkiezingen 38 procent van de stemmen. In een peiling van begin april was dat 48 procent.  Degene die hem het dichtst op de hielen zit, is de 79-jarige liberaal Fabio Gadea (PLI-UNE) met 28 procent, in de andere peiling 13 procent. De corrupte ex-president Arnoldo Alemán (PLC) kreeg 14 procent, in de andere peiling 6 procent. De twee andere kandidaten, beiden liberaal, kwamen samen niet eens tot 4 procent. Het percentage mogelijke kiezers zonder besluit is 15 procent en in de andere peiling van april 30 procent.
De winnaar moet op 6 november 40 procent halen ofwel meer dan 35 procent, maar in dat laatste geval met meer dan 5 procent voorsprong.
De cijfers komen uit een peiling van het bureau Cid Gallup dat tussen 10 en 16 mei ruim 1200 mogelijke kiezers van 16 jaar en ouder uit het hele land ondervroeg. De peiling in april werd uitgevoerd door M&R onder 1600 mensen.

Als het om onafhankelijke waarneming gaat bij de verkiezingen is het percentage constant in beide peilingen. Rond de 70 procent wil waarneming, 21 procent is het eens met Ortega en de Kiesraad die geen onafhankelijke waarneming willen. Beiden zien die waarneming als inmenging in binnenlandse aangelegenheden.

Er zijn enkele dingen zeker:

Ten eerste: Ortega is op basis van de grondwet een illegale kandidaat, want je mag niet twee keer achter elkaar president worden en je mag geen drie keer president zijn. Welnu, hij was van 1984 trot 1990 al president.
Ten tweede: Fabio Gadea is een nieuwkomer die een alliantie heeft gesmeed waarin bijvoorbeeld ook de dissidente sandinistische MRS is opgenomen. Alemán heeft enorm veel steun verloren onder andere door zijn jarenlange geflirt met Ortega.
Ten derde: Het is zeker dat het onduidelijk is welke peiling nou eigenlijk deugt.

Bron: Johan Biemans op http://www.ssnm.nl/nicalog/

Microkrediet in actie 0

Posted on mei 26, 2011 by admin

Rian en Joris vertellen verder over hun ervaringen in León bij de microkredietorganisatie ‘Fundación León 2000′:

Na onze eerste kennismaking met het jongerenproject op vrijdag, zijn we dinsdag met één van de coördinatoren van het project mee geweest om enkele jongeren te bezoeken die al een tijdje een lening hadden lopen.
De coördinator ging bij de jongeren langs om de voortgang van de micro-onderneming te bespreken en te helpen bij eventuele problemen. Wij gingen mee om wat meer te zien van de verschillende micro organisaties en om de jongeren te interviewen en filmen (voor promotiefilmpjes voor het kredietproject van de Vriendschapsband).

Het eerste meisje dat we bezochten had een bescheiden kledingkraampje bij de kathedraal. Ze was 22 jaar, had het trainingstraject van ongeveer een jaar met plezier doorlopen en vond het spannend om nu daadwerkelijk haar eigen zaak op te richten. Ze was ongeveer 4 maanden geleden begonnen met de verkoop. Tot nu toe ging het goed, ze verdiende zo´n 3.200 Cordoba per maand (ruim 100 Euro) en was prima in staat om haar lening terug te betalen. Ze had in totaal 18.000 Cordoba (573,00 Euro) geleend en betaald uiteindelijk 22.000 Cordoba terug, wat neer komt op zo´n 22 procent rente. Beduidend lager als elke andere mogelijke lening (op de zwarte markt wordt zo´n 60% betaald). Fundación León 2000 verdient hier dan ook niet aan, de rente wordt gebruikt om deels de eigen kosten te dekken. Verder is de organisatie afhankelijk van giften en donaties.
Als we met het meisje van de kledingkraam praten, valt op dat ze vooral heel trots is op wat ze heeft opgebouwd en bereikt. Ze straalt als ze vertelt over haar kraampje en dat ze tegenwoordig in staat is haar familie financieel te ondersteunen in plaats van afhankelijk te zijn. Ze benadrukt ook hoe dankbaar ze Fundación León 2000 is dat ze haar deze kans hebben gegeven. Voor het project zat ze thuis en had ze geen idee hoe het was om te werken en geld te verdienen. Veel mogelijkheden om ervaring op te doen had ze ook niet. Nu heeft ze haar eigen zaak en is het haar doel zo snel mogelijk verder te groeien.

Na zelf een paar onderbroeken te kopen (die wel een beetje vervelend strak zaten) en haar te bedanken gingen we met de coördinator verder naar de volgende micro-ondernemers.

We hebben die dag nog 3 andere jongeren bezocht, die allemaal al ongeveer een jaar hun eigen micro-onderneming runden. Een meisje met een pulperia (een soort buurtsupermarktje), een kleine drukkerij (produceerde o.a. boekjes voor de kerk, kaartjes en reclame folders) en een fietsenmaker. Alledrie de jongeren vertelde ons vol enthousiasme en trots over hun eigen (bescheiden) bedrijfje. Het had hun allemaal financieel onafhankelijk gemaakt en het was duidelijk dat ze de kans aangrepen om er vol voor te gaan. De micro-ondernemingen bestonden meestal uit niet meer dan een simpel afdakje met enkele producten aan de kant van de weg, het was voor alle jongeren hun droom de zaak stukje voor stukje uit te bouwen tot een volwaardig bedrijf. Fundación León 2000 helpt de jongeren hierbij door hun bewust na te laten denken over de volgende stap en verantwoorde (bescheiden) investeringen te doen. Zo werd bijvoorbeeld het assortiment van het meisje met de pulperia stukje voor stukje uitgebreid en had de fietsenmaker een vriend in dienst genomen om meer klanten te kunnen helpen.

Na nog even op het kantoor van Fundación León rondgehangen te hebben zat onze dag erop en gingen we een deurtje verder om te genieten van een typisch ´Leonees´ studentenbuffet. Onder het eten begrepen we het enthousiasme van de micro-ondernemers wel, we hadden het er al over om zelf een micro onderneming te beginnen…

Charlot doet veldwerk over machismo en religie 0

Posted on mei 23, 2011 by admin

Bijna alle landen in Latijns Amerika hebben de revue gepasseerd, alle mogelijke argumenten heb ik ingezet en de keuze voor een land heeft even geduurd (wellicht is dit een understatement voor iedereen die de afgelopen maanden naar mijn twijfels heeft geluisterd). Maar nu ik eenmaal in León ben, weet ik zeker dat Nicaragua de juiste keuze voor mijn veldwerk over machismo en religie is. In het kader van mijn studie over Latijns Amerika aan het CEDLA in Amsterdam zal ik daarom tot en met 22 augustus vanuit León af en toe verslag over mijn veldwerk doen, een onderzoek wat tegelijkertijd samenhangt met de activiteiten van de vrouwenorganisaties uit de stad.

Hoewel ik voor mijn vertrek al van de drie Leonese vrouwenorganisaties, ‘Grupo Rural de Mujeres de Goyena’, het ruraal cultureel centrum ‘Madre Tierra’ en de ‘Grupo Feminista de León’ en hun gezamenlijke project ter preventie van interfamiliair geweld had gehoord, is het vooraf lastig in te schatten hoe expliciet er daadwerkelijk over een thema als machismo gesproken wordt. Na mijn eerste ontmoeting met Bertha Sanchez van de Grupo Feminista, mijn participatie aan een dag ‘Escuela Feminista’ en het bijwonen van de landelijke campagne op initiatief van de vrouwenorganisaties, ‘Programa Feminista La Corriente’ en ‘Collectivo Feminismo Panteras Rosas’ in León, ben ik echter overtuigd. Met de campagnezin ‘decilo fuerte, decilo siempre’ proberen deze organisaties een stuk bewustwording onder vrouwen over thema’s als HIV/AIDS, interfamiliair geweld, abortus en machismo te creëren. De hoeveelheid jongeren (meiden én jongens) die in het bijzonder op de landelijke campagne zijn afgekomen laat zien dat de voorlichting zeker gehoor vindt en dat machismo en huiselijk geweld actuele thema’s zijn waar vrouwen en mannen zich in toenemende mate voor inzetten.

Doordat ik mij vervolgens naast het thema van machismo eveneens op het evangelische geloof richt, zal ik in de komende maanden specifiek kijken naar de manieren waarop religie een rol speelt in de thema’s die de vrouwenorganisaties naar voren brengen, zoals tienerzwangerschappen, gelijkheid tussen mannen en vrouwen, interfamiliair geweld en in het bijzonder de gedragskenmerken zoals behorend tot machismo. In de tien dagen dat ik nu in León ben, hoor ik aan de ene kant dat met name het evangelische geloof de relaties in de familiaire sfeer positief beïnvloedt doordat onder andere de uitingen van macho gedrag (zoals niet helpen in het huishouden of het opvoeden van de kinderen, vreemdgaan, gokken, excessief drinken etc.) sterk worden veroordeeld door de kerk. Aan de andere kant heeft de inmenging van religie in de politiek van Nicaragua er eveneens voor gezorgd dat traditionele genderrollen in de samenleving herbevestigd worden en dat in 2007 de therapeutische abortus in Nicaragua werd verboden.

Al met al heb ik heel veel zin in de komende periode en verwacht ik doordat de mensen met wie ik praat erg behulpzaam zijn, me voor willen stellen aan mensen die me verder kunnen helpen en zelf willen praten en hun mening willen geven, snel meer kan schrijven vanuit (het nogal warme) León :) .

Saludos,

Charlot

 



↑ Top