Vierde aflevering: de gemeentelijke stedenband in het jaar 1990 0
Door Marius van Dongen
Er is in het jaar 1990 zoveel gebeurd, dat ik in deze aflevering me tot dit ene jaar ga beperken.
Om te beginnen waren er natuurlijk de langverwachte verkiezingen op zondag 25 februari 1990. Wat niemand had voorzien: het Frente kwam met een nederlaag uit de bus! De eerste reacties bij de solidariteitsbeweging getuigden van teleurstelling en verslagenheid, maar dat zou niet zo blijven.
Vanuit León voorzag Desirée van de Ven ons van deskundig commentaar op de verkiezingsuitslag. In Utrecht gaf de Nicaraguaan Amilcar Molina z’n visie op de gebeurtenissen. Hun verklaringen voor de microfoon van de Stadsomroep kwamen op het volgende neer:
- Het Frente mocht dan de landelijke verkiezingen hebben verloren, in León hadden de Sandinisten de gemeenteraadsverkiezingen gewonnen, met 51,8 % van de stemmen. Luis Felipe Perez Caldera zou dus als burgemeester aanblijven.
- De UNO (Unie van Nicaraguaanse Oppositiepartijen) zou de nieuwe president gaan leveren: Sra. Violeta Barrios de Chamorro. Zij is de eigenaar van La Prensa, een rechtse Nicaraguaanse krant. Haar man werd in de jaren ’70 vermoord door de Nationale Garde van dictator Somoza. Violeta had zich al kort na 1979 van het FSLN losgemaakt en zij zocht meer samenwerking met de Verenigde Staten. De VS hadden haar verkiezingscampagne in 1990 dan ook stevig gesteund.
- De VS hadden, bij een overwinning van de UNO, een einde van de economische blokkade en van de handelsboycot van Nicaragua in het vooruitzicht gesteld. Ook had de UNO afschaffing van de dienstplicht beloofd.
- Alle Nicaraguanen snakten naar een betere economische situatie en naar het einde van de strijd tegen de Contra’s. Volgens een meerderheid van de Nica’s waren die verbeteringen op korte termijn eerder met een UNO- dan met een FSLN-regering bereikbaar.
- De aanhang van het FSLN was nog altijd zeer aanzienlijk en tamelijk hecht. De UNO daarentegen bestond in feite uit zes verschillende politieke partijen, van uiterst rechts tot uiterst links. Het zou voor de UNO niet eenvoudig zijn om na de verkiezingen de eenheid te bewaren.
Het FSLN had vrij snel na 25 februari zijn ‘knopen’ geteld en besloten om zijn verkiezingsnederlaag te accepteren. Wel stelde men via onderhandelingen o.a. de toekomst van het nationale leger onder FSLN-commando voorlopig veilig. Op 25 april 1990 werd de regeringsmacht aan de UNO-partijen overgedragen.
In Nederland kozen de meeste solidariteitsgroepen ervoor hun samenwerking met basisgroepen in Nicaragua voort te zetten, in de hoop, dat de nieuwe UNO-bestuurders deze internationale samenwerking niet zouden bemoeilijken. Nederlandse gemeenten stelden zich op het standpunt, dat een bestuurswissel op zich, na democratische verkiezingen, geen reden was om een stedenband te beëindigen. Voor Utrecht–León lag de situatie in zoverre gunstig, dat we gewoon met dezelfde mensen onze samenwerking konden voortzetten.
Een maand na de verkiezingen kwam het Nicaragua Komitee Nederland met een soort slotverklaring. Gerrit Vledder (NKN) gaf op een persconferentie te kennen, dat de Nica’s niet alleen met hun maag, maar ook met hun hoofd hadden gestemd. “De oorlog kan nu ophouden en de economische crisis kan tot een einde komen.”
Utrecht-León wordt aantrekkelijk
Bij de León-zusterstedenconferentie van 1989 in Hamburg was afgesproken, dat gezamenlijk een bedrag van zo’n 50.000 U.S.-dollar zou worden uitgetrokken, om daarmee een klein voorbeeld-project in het kader van de sanering van de Rio Chiquito te financieren. De sanering van dit regenriviertje, dat dwars door de stad León loopt, had grote prioriteit bij de burgemeester van León. Nu was de Rio Chiquito immers een open riool, waar ook veel chemisch afval van leerlooierijen in werd gedumpt. Kortom, een gevaar voor de volksgezondheid.
De Agencia Español de Cooperación Ibero-Americana (AECI) werkte hap snap aan verbetering van de Rio Chiquito, maar León kon nog veel extra hulp gebruiken. De projectleider van de AECI, Joaquin Gascó, is toen in maart 1990 naar Utrecht gekomen, om samen met onze directeur van de dienst Openbare Werken (DOW), Dick Stiemer, een pilot-project uit te werken. De gedachte achter zo’n pilot-project was, om ervaring op te doen met de meest noodzakelijke verbeteringen in een beperkt gebiedje langs de Rio Chiquito. Daarna zou dan een groter samenwerkingsproject kunnen worden uitgewerkt, dat aan de Europese Unie in Brussel voor medefinanciering zou worden voorgelegd. Het bezoek van Joaquin Gascó aan Utrecht beschouw ik als een eerste bewijs, dat Utrecht-León een zekere internationale aantrekkingskracht begon te vertonen.
Een tweede bewijs daarvan was het bezoek van de algemeen secretaris van DESWOS, de heer Dieter Baldeaux, aan Utrecht op 15 maart 1990. DESWOS staat voor Deutsche Entwicklungshilfe für Soziales Wohnungs- und Siedlungswesen.
Deze organisatie uit Keulen was door de stad Hamburg op ons spoor gezet. DESWOS werkte immers samen met woningcorporaties en bouwmaatschappijen in o.a. Hamburg en DESWOS was bovendien een erkende medefinancierings-organisatie. Dat wil zeggen, dat DESWOS met ‘Spenden’ uit Hamburg een subsidieverzoek bij de EU in Brussel zou gaan indienen voor een woningbouwproject in León. Kwam dat even goed uit!
In Utrecht waren Corné Paris en Maarten de Keulenaar in februari 1990 juist uit León teruggekeerd. Daar hadden ze goede afspraken gemaakt om voor ons toekomstig zelfbouw-huizenproject in de Reparto William Fonseca een bouwmaterialenwerkplaats te gaan oprichten en daarna een viertal model-woningen te gaan bouwen. Zodra dat klaar was zou Utrecht nog maximaal de bouw van 10 woningen kunnen financieren. Een garantie voor het daarna op gang komen van een echte bouwstroom kon Utrecht niet geven, maar DESWOS dus wel! Vanaf eind 1991, als onze projectleider, Corné Paris, weer naar Utrecht zou terugkeren zou DESWOS het project op hun voorwaarden gaan overnemen en voortzetten.
In juni 1990 vertrokken Corné Paris, Maarten de Keulenaar, Susanne Burri en Dorine Lommen naar León. Corné en Maarten gingen samen met de Leonese projectleider, Caesar Darce, voor het zelfbouw-huizenproject aan de slag. Suzanne en Dorine konden mee als huisgenoten. Zij gingen zich in León inzetten voor een documentatie- en informatiecentrum van de AMNLAE-vrouwenorganisatie. De stichting Vriendschapsband Utrecht-León ging in Utrecht fondsen daarvoor werven. Een aardig voorbeeld van ‘hefboom’-werking binnen de stedenband.
Van 8 tot 10 juni 1990 heeft er weer een León Zusterstedenconferentie plaatsgehad.
Dit keer in Salzburg. We troffen daar Luis Felipe Perez Caldera in topvorm. “Vanaf nu”, aldus Luis Felipe, “wil Frente-stad León in alles de beste zijn. Onze honkballers zijn alvast nationaal kampioen geworden! De ontwikkelingen in León na de verkiezingen stemmen hoopvol. Als bepaalde verworvenheden van de revolutie door de UNO-regering zouden worden teruggedraaid, moet de regering rekening houden met protesten van de bevolking. En de regering houdt daar ook rekening mee, want ze zitten verlegen om succesjes; niet om problemen. Zo worden bij voorbeeld in het onderwijs geen leraren ontslagen. Weliswaar is het nieuwe lesmateriaal niet veel soeps, maar met goede leraren kun je toch nog goed onderwijs geven”, aldus Luis Felipe.
De stedenbandenconferentie stond verder vooral in het teken van het Rio Chiquito-project. De ontwikkelingen in het pilotproject werden besproken. Gemikt werd hierbij op de afvoer van het afvalwater van het gebiedje via een riool naar de nabij gelegen oxydatievijvers, in plaats van naar de rivier. Ook deelde de burgemeester van León mee, dat de Spaanse stad Alicante een bijdrage van 500.000 gulden had toegezegd voor verbetering van de leefbaarheid in een andere probleemwijk langs de Rio Chiquito. Ook beloofde de stedenband in Salzburg zich te gaan inzetten voor de formulering van een project tot aanleg van een hoofdriool langs de Rio Chiquito. De financiering hiervan zou gaan worden bepleit bij de nationale regering van Oostenrijk. Bij een volgende stedenbandenconferentie (in maart 1991 te Oxford) zou Salzburg dan met een concreet projectvoorstel op de proppen komen. Voor ons gevoel gaven al deze ontwikkelingen voldoende basis voor toekomstige Europese medefinanciering. Utrecht beloofde die weg verder te gaan verkennen, door contact op te nemen met het secretariaat van de International Union of Local Authorities (IULA) in Den Haag. Misschien wilde die wel voor ons als ‘drager-organisatie’ gaan optreden.
Sinds december 1989 was bij het bomenkwekerijproject in León Henk Boesveld opgevolgd door de Wageningse landschapsarchitecte Reintje van Haeringen.
Dit had te maken met de nieuwe fase, waarin dit project was aangeland. Henk Boesveld had immers samen met z’n counterpart de kwekerij op poten gekregen en nu moest het opgekweekt materiaal worden uitgeplant, overal in de wijken en bij de scholen. Reintje ging aan de slag om Guadeloupe Laguna als counterpart hiervoor op te leiden. Het uitplanten van de eerste fruitbomen op patio’s en dergelijke was in 1989 al redelijk goed gegaan, maar met de schaduwbomen in de openbare ruimte was het minder gunstig gesteld. Daarvan bleek slechts zo’n 10 % te overleven, omdat zich er nauwelijks iemand om bekommerde en de plantjes ook werden aangevreten door het loslopend vee. Behalve het maken van beplantingsplannen bleek het dus hard nodig om maatregelen te verzinnen ter bescherming van de jonge aanplant en om ook zelf milieu-voorlichting te gaan geven of particuliere organisaties hiertoe te gaan opleiden. Reintje en Guadeloupe lieten de moed niet zakken en gingen hard aan de slag om zich voor deze nieuwe projectfase in te zetten. Ook de afdeling Onderhoud van de gemeente León werd hierbij betrokken.
In de periode tot eind 1992 is Reintje van Haeringen voor het bomenproject blijven werken. Ze heeft in die tijd ook een plan gemaakt voor León om op langere termijn de rivieroevers en toegangsroutes te gaan beplanten en om her en der windsingels en parkjes aan te leggen.
Een gunstig neveneffect van Reintje’s werkzaamheden ontstond, toen haar zusje Annemarie in León op bezoek kwam.
Annemarie is namelijk de bekende kinderboekenschrijfster en illustratrice. Deze bracht in 1991 een prachtig prentenboek uit: ‘De boom en het meisje’. Voor onze stedenband jarenlang een sterk promotiemiddel. Zeker toen de stichting Vriendschapsband in 1996 bovendien kans zag om in Nicaragua een Spaanse editie hiervan uit te brengen.
Wethouder James van Lidth bezoekt León
In het voorjaar van 1990 besloten B&W, dat het een goed moment was, om op een eerdere uitnodiging van de burgemeester van León in te gaan, om zijn stad te komen bezoeken.
Onze burgemeester, mevrouw Vos-van Gortel, liet in eerste instantie de eer aan de wethouder voor Internationale Solidariteit, James van Lidth de Jeude, maar ze gaf wel aan, na de voltooiing van het huizenproject, zelf ook bereid te zijn León te gaan bezoeken. Dit was dus een positief keerpunt in de houding, die de burgemeester van Utrecht tot dusverre tegenover de stedenband had aangenomen (zie aflevering 1).
In de tweede helft van augustus gingen James van Lidth en ik samen voor een officieel bezoek naar León. We hebben dit bezoek allebei als buitengewoon positief ervaren. Er waren in die tijd nog geen gemakkelijke mogelijkheden om geld naar Nicaragua over te maken. Zodoende hadden James en ik allebei grote bedragen aan cash dollars bij ons, met name voor de financiering van het huizenproject. Gelukkig verliep onze reis probleemloos.
Als je in Nicaragua over dollars beschikte kon je daar in augustus 1990, door de gierende inflatie van de lokale munt, iedere dag meer cordoba’s voor krijgen. Toen we aankwamen waren 5 miljoen cordoba’s nog 10 gulden waard. Twee weken later, bij ons vertrek, waren 5 miljoen cordoba’s nog maar 7 gulden.
Ons programma in León was intensief en uitgebreid. Ik ga dat niet uitvoerig beschrijven. Ik beperk me tot een paar hoogtepunten:
- James had zich voorbereid op een begroetingsspeech in het Spaans. Dat maakte indruk bij de gemeenteraad van León. Verder werden we al die tijd voorbeeldig begeleid en getolkt door Desirée van de Ven.
- In de Rpto. William Fonseca werden we overstelpt met bloemen. Ook konden we daar vaststellen, dat Corné Paris en Maarten de Keulenaar intussen toe waren aan de feitelijke bouw van de bouwmaterialenwerkplaats. Daarin zouden korte tijd later aardbevingsbestendige betonstenen en mooie dakpannen gefabriceerd gaan worden.
- Langs de nieuwe weg van de Rpto. Benjamin Zeledon naar de Rpto. William Fonseca werd op 25 augustus door James van Lidth de eerste van een reeks bomen geplant. Op diezelfde dag werd in León bij Gera Hoogland en Ton Daggers een dochter geboren!
- We onthulden ook een nieuwe lantaarnpaal langs de zojuist genoemde weg, met daarop een lamp, die op zonne-cellen werkte.
Een cadeau van Willem Luijten, die oorspronkelijk in beeld was als Utrechts projectleider voor het huizenproject. Helaas liet de techniek van deze lamp ons aanvankelijk in de steek. En later, toen hij intussen wel werkte, werd hij helaas door dieven ontvreemd. Grote pech! - Bij een dependance van het Ministerie van Gezondheid (MINSA) in León werden afspraken gemaakt over de start van een epidemieregistratie project. De Utrechtse GG&GD-arts Wim Gorissen zou, samen met z’n counterpart Rafael Espinoza, in de periode 1990 tot 1993 een programma gaan uitvoeren, dat zou leiden tot een aanmerkelijke verbetering van de registratie van besmettelijke ziekten in León.
- Gera Hoogland had een mooi T-shirt ontworpen voor de promotie van het bomenproject. In León werden deze shirts uitgedeeld aan iedereen, die zich voor het bomenproject wilde inzetten. Ook via programma’s van Radio Venceremos kon je meedoen aan het project en een T-shirt winnen. James en ik kochten een aantal van de T-shirts, ter bestrijding van de productiekosten. Terug in Nederland zijn deze op een buurtfeest van de Springweg e.o. voor 20 gulden per stuk doorverkocht. De opbrengst is naar het Vrouwendocumentatiecentrum gegaan.
- Bij dit Vrouwencentrum werden we bijgepraat over de vrouwen-emancipatie in León en konden wij alle aanwezigen verrassen met een persoonlijk sieraad.
- In de fietsenwerkplaats informeerde projectleider Ton Daggers ons over dit fraaie particuliere initiatief van het NKN en de stichting Vriendschapsband.
De productie van fietsen (door oorlogsinvaliden) lag intussen op een aantal van 45 stuks per week. Wij kochten een paar fietsen, om aan de gemeente León als dienstfietsen cadeau te doen. Voor Marcia Mantilla (van de afdeling Cooperación Externa) was dat een uitkomst, want haar fiets was onlangs gestolen en (ook al ben je juriste) dan wil dat in León nog niet zeggen, dat je meteen het geld hebt om een nieuwe fiets te kopen. - Bij de Rio Chiquito maakten we een inspraakbijeenkomst mee in de openlucht.
De bewoners van percelen langs de oevers werd gevraagd om een smalle strook grond af te staan voor de aanleg van een stuk riolering, in het kader van het pilotproject. De mensen stelden zich daarbij heel constructief op. James van Lidth kreeg de gelegenheid de bewoners spontaan toe te spreken. Dat werd gewaardeerd. “Het is alsof ik onze eigen burgemeester hoor spreken”, zei één van de aanwezigen. - In Managua bezochten we de Nederlandse Ambassade. Later bleek dat goed uit te pakken, want op voorspraak van de ambassadeur bezocht minister Jan Pronk in 1993 de stedenbandprojecten in León, toen hij een officieel bezoek aan Nicaragua bracht.
- In Managua hebben we ons ook nog laten bijpraten over de versterking van het lokaal bestuur in Nicaragua, tijdens een bezoek aan de Sandinistische Vereniging van Gemeenten ‘Popol Na’. Het was ons duidelijk, dat men daar – ondanks de verkiezingsnederlaag – bepaald niet bij de pakken neerzat. Popol Na stuurde aan op stabiliteit in het land. Het zag zeker ook ruimte voor beïnvloeding van het beleid in de gemeenten. Conclusie: Het Frente blijft in Nicaragua een politieke factor van groot gewicht.
Evaluatie en nazorg
Terug in Nederland is er hard gewerkt aan een diaklankbeeld over ons bezoek, ter vertoning aan de leden van de gemeenteraad en aan andere belangstellenden in Utrecht. Ook werd een B&W-besluit in de vorm van een ontwerp-raadsvoostel voorbereid, om na dit geslaagde bezoek het ijzer te gaan smeden, nu het heet was. Bovendien schreef James van Lidth een mooie brief aan z’n partijgenoot Jan Pronk, de minister van Ontwikkelingssamenwerking. Deze brief (in de wandelgangen ook wel bekend als de ‘Beste Jan’-brief) heeft onze goodwill in Den Haag verder vergroot.
Op 20 november besluiten B&W om aan de gemeenteraad te gaan voorstellen voor 3 jaren door te gaan met de stedenband Utrecht-León (periode 1991 t/m 1993). Hiervoor willen B&W in totaal 600.000 gulden beschikbaar stellen.
Begin 1991 neemt de gemeenteraad dit voorstel over en stelt ook een aantal criteria vast om de stedenband hieraan in de toekomst te toetsen:
- Er moet voldoende steun en draagvlak in Utrecht aanwezig blijven.
- Er moet in Utrecht aan bewustwording worden gewerkt, zowel door de gemeente als door de stichting.
- In León moet sprake blijven van een inzet voor een democratische samenleving.
- In León moet sprake blijven van een inzet voor een sociaal rechtvaardige samenleving, waar het belang van de zwakkeren extra wordt beschermd.
Begin 1991 laat minister Pronk weten genegen te zijn om met gemeenten te gaan samenwerken. Hij wil dat via de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) gestalte gaan geven en ook het Landelijk Beraad Stedenbanden Nederland–Nicaragua (LBSNN) kan daarin, als een soort onderaannemer, een rol spelen. Individuele gemeenten, zoals Utrecht, kunnen in de toekomst dan via de genoemde koepels hun projectvoorstellen indienen. Er zal daarvoor een apart budget worden gereserveerd. Minister Pronk nodigt Utrecht uit voor zichzelf te gaan uitzoeken, waar haar grote kracht ligt met betrekking tot de stedelijke armoedebestrijding en de verbetering van de leefbaarheid in haar zusterstad.
Naar de woorden van James van Lidth was het succes van de stedenband Utrecht-León vooral te herleiden tot een ‘toevallige samenloop van kwaliteiten’. Vanaf nu spreekt hij met zijn betrokken ambtenaren af om ernaar te streven de stedenband meer structureel vorm te gaan geven.
De openbare vertoning van het eerder vermelde diaklankbeeld had plaats op 26 november 1990. Zo’n 60 bezoekers, waaronder diverse raadsleden, kwamen ervoor naar het stadhuis. De reacties waren erg meelevend en warm. De stadhuis catering had voor heerlijke ‘Nicaraguaanse’ hapjes gezorgd. Een mooie afsluiting van een onvergetelijk bezoek.






Wethouder van Lidth ontving de delegatie op het stadhuis. Bij die gelegenheid werden de klokken gelijk gezet en werden ook meer concrete afspraken gemaakt over het huizenbouwproject, dat Utrecht met León wilde gaan uitvoeren .













